• 29

Eén van u – Ik ben het toch niet?

“En als zij aanzaten en aten, zei Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat één van u, die met Mij eet, Mij zal verraden. En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?” Markus 14: 18,19.

 

De voorbereidingen voor de Paschamaaltijd zijn getroffen. Het zal vast een mooie avond worden. Maar dit jaar verloopt de avond anders. Als Jezus met de twaalf aan het eten is, klinkt als een donderslag bij heldere hemel: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden. Wie rekent daar nu op? De sfeer is weg en de spanning is om te snijden.

Nee, Jezus zegt niet: “Judas zal Mij verraden.”, maar: “Eén van jullie!” De discipelen worden bedroefd. Ze kijken niet naar Judas, ook niet naar elkaar, maar naar zichzelf. Allen zeggen heel persoonlijk tegen Jezus: “Ik ben het toch niet?” Heere, laat dat toch niet waar zijn. Bewaar me daar alstublieft voor. Want ik weet dat ik er niet te goed voor ben. Tenzij U me ervoor bewaart.

Begrijpen we waarom de discipelen het niet aan elkaar vragen wie Jezus zal gaan verraden? Ze weten allemaal dat ze er niet te goed voor zijn. Daarom vragen ze het aan Jezus! Hij is de enige die het weet en de Enige die uitsluitsel kan geven. Hij is de Rots in de branding van angst en aanvechting.

Denkt u al lezend: Hoe heb ik het met de discipelen? Ze zijn Jezus toch gevolgd? Dan kunnen ze Hem toch niet meer overleveren? Volgelingen blijven toch volgelingen? Vrienden worden toch geen verraders? Ach, ken liever uzelf. Als we in het lijdensevangelie terechtkomen, komen we erachter wie we zijn en hoe we in elkaar steken en er niet tegoed voor zijn om de Zoon des mensen te verraden. Is dat voor u herkenbaar? Al behoren we net als de discipelen tot de binnenste kring, is dat geen garantie dat we Hem niet meer kunnen verraden. Je kunt bij de kern van de gemeente horen. Dagelijks uit de Bijbel lezen. Wekelijks de prediking beluisteren. Maar denk nooit: “wie doet me wat!” Het heil is zeker, maar nooit vanzelfsprekend!

We kunnen met onze vertwijfelde vraag twee dingen doen: bij onszelf blijven of naar Jezus gaan. Wat doet u? De discipelen stelden hun vraag aan Jezus en kwamen met hun angsten en aanvechtingen bij Hem. Alleen dan zijn we op het juiste adres. Heere, U weet alle dingen! U weet wat het Woord in m’n leven heeft uitgewerkt. U weet wat er in m’n hart leeft. U weet dat ik U liefheb. U laat me niet met twijfel en spanning achter. Want wie tot U komt, wordt door U niet hard afgewezen, maar vriendelijk ontvangen.

Waarom zouden we met onze vraag tot de Heere Jezus gaan? Om van Hem te leren, dat zalig worden geen vanzelfsprekende zaak is, maar alleen genade. Zie Hem er eens op aan! Die om onze ziel te troosten, de schuld en zonde heeft weggedaan. Lof zij Christus. Nu en eeuwig.

Namens de Protestantse Contact Dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
ds. M. Maas, maart 2017.

Inloggen

Registreren