• 09

Stil tot God

“Immers, is mijn ziel stil tot God, van Hem is mijn heil.”“Immers, is mijn ziel stil tot God, van Hem is mijn heil.”Psalm 62: 2.

David heeft deze Psalm gedicht, toen het waaide in zijn leven. Het waaide niet zomaar, want daar kun je ook wel van genieten. Maar David kreeg te maken met windvlagen van tegenslag en teleurstelling, laster en roddel, van angst en aanvechting, moeite en strijd. Maar midden in die woelingen en windvlagen, belijdt David dat zijn ziel stil is tot God.

Hoe ben je stil voor God, terwijl het woelt en waait in je leven? Als je zo vaak alleen bent? Als steeds meer mensen om je heen wegvallen? Als het gemis om je dierbare steeds meer wordt gevoeld? Als je kinderen het met kerk en geloof voor gezien houden? Hoe deed David dat? En al die andere mensen uit de Bijbel? Mozes, Elia, Jesaja? De Heere Jezus? Hij kreeg als geen ander te maken met tegenwind en tegenslag. Hij werd geboren, maar was niet welkom. Hij was nog heel klein, maar moest toen al vluchten naar Egypte. Hij deed in Zijn leven alleen maar goed, maar het werd vergolden met kwaad. Zijn levensverhaal was uiteindelijk één verhaal van: teleurstelling en tegenslag, miskenning en verachting. Wat heeft Hij veel geleden en gestreden. Wat was Hij vaak angstig en werd Hij vaak aangevochten. Toen Hij onschuldig aan het kruis hing, riep Hij als een kind: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?”. Hij weet als geen ander, wat Gods kinderen leven en lijden. Als er Eén van het leven van Zijn kinderen afweet, is het God Zelf. Weet u hoe Hij dat heeft laten merken? Doordat Hij niet in dit Boek is gebleven, maar Zichzelf heeft gegeven, in Zijn Zoon Jezus Christus. God Zelf is in Zijn Zoon in ons menselijk bestaan gekropen. Hij heeft onze zonde en schuld, onze nood en dood, onze angsten en aanvechtingen, ons kermen en klagen tot Zijn offer gemaakt. Hij heeft dat meegenomen naar Zijn graf om het daar voorgoed achter te laten, is na drie dagen weer uit dat graf opgestaan in een nieuw leven, inclusief al Zijn kinderen en is naar de hemel gegaan, waar Hij voor al Zijn kinderen bidt. Dat maakt stil!

Psalm 62 is een Psalm van David. Ten diepste van Christus. Maar ook van allen die zich in David herkennen. Waarom kan David midden in woelingen en windvlagen toch stil zijn? Omdat er midden in de wereldgeschiedenis Eén stil was voor God en boog onder God. De meerdere David, Jezus Christus. Hij is de brug waarover God het heil naar ons toebrengt, het neerlegt in onze ziel, en zodoende grond onder onze voeten schuift, zodat we niet wankelen, een veilige vesting is om te schuilen, en we geborgen zijn in de Rots der eeuwen. Zalig wie zich hieraan toevertrouwt!  

Heb je daarna geen hinder meer van windvlagen en woelingen? Vaar je dan altijd voor de wind? We weten wel beter. Het kan zover gaan dat je niets meer weet. Maar ik ben bij God bekend en gekend en geborgen en getroost! Nu en eeuwig! 

Lezen: Psalm 62.
Zingen: Psalm 62: 1 en 5.
Namens de protestantse contact dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk, van harte Gods zegen toegewenst.

ds. M. Maas, juli en augustus 2017.

De wonderlijke tempelrivier...

“Voorts mat hij nog duizend, en het was een beek, waar ik niet kon doorgaan; “Voorts mat hij nog duizend, en het was een beek, waar ik niet kon doorgaan; want de wateren waren hoge wateren, waar men door zwemmen moest, een beek, waar men niet kon doorgaan.”Ezechiël 47:5.

Het was goed om velen van u te ontmoeten op woensdag 3 mei, jongstleden in de wijkzaal van de Pauluskerk. We hebben geluisterd naar een mooie meditatie van ds. M. Maas. En het was fijn, dat ook zijn echtgenote in ons midden was. Inmiddels ligt het heilsfeit van Hemelvaart achter ons en hebben we ook de komst van Gods genadige pinksterzegen mogen gedenken.Het was goed om velen van u te ontmoeten op woensdag 3 mei, jongstleden in de wijkzaal van de Pauluskerk. We hebben geluisterd naar een mooie meditatie van ds. M. Maas. En het was fijn, dat ook zijn echtgenote in ons midden was. Inmiddels ligt het heilsfeit van Hemelvaart achter ons en hebben we ook de komst van Gods genadige pinksterzegen mogen gedenken.

Die pinksterzegen stond in het Oude Testament al voorzegd. De profeet Ezechiël bijvoorbeeld, zag in een visioen, hoe daar het water – dat is het symbool van het levendmakende werk van Gods Heilige Geest – vanuit de tempel stroomde. Ezechiël stond verbaasd. Het stroompje dat hij zag en dat hij volgde, werd almaar breder en dieper. Ja, Ezechiël moest dat niet enkel met zijn ogen zien. Hij moest dat ook ervaren, want de engel gaf hem de opdracht om in die stroom te gaan staan.

Uiteindelijk wordt de stroom zo breed en zo diep, dat Ezechiël niet langer meer de bodem voelt, maar zwemmen moet.

Met de komst van de Heere Jezus, met het kruiswerk dat Hij volbracht, heeft Hij de Heilige Geest verdiend. Om uit te delen. En op de pinksterdag is het dan zover. De Heere kiest het oude bekende oogstfeest uit om Zijn Geest uit te gieten in Jeruzalem. De grote oogst gaat beginnen: drieduizend mensen komen tot bekering.Met de komst van de Heere Jezus, met het kruiswerk dat Hij volbracht, heeft Hij de Heilige Geest verdiend. Om uit te delen. En op de pinksterdag is het dan zover. De Heere kiest het oude bekende oogstfeest uit om Zijn Geest uit te gieten in Jeruzalem. De grote oogst gaat beginnen: drieduizend mensen komen tot bekering.

En… dat is nog maar het begin. De apostel Paulus zegt in de Romeinenbrief “wij die de eerstelingen des Geestes hebben”. Dat wil zeggen, dat het bij de eerstelingen niet blijft, maar dat de Geest steeds meer zal doorbreken in deze wereld. Immers, wij mogen het meemaken dat overal in deze wereld het Evangelie van de Gekruisigde wordt verkondigd. Gods belofte wordt vervuld. Wat een genade, dat de Heere Jezus niet alleen de prijs betaalt, door te lijden en te sterven aan het kruis van Golgotha, maar ook het geloof schenkt. Door het wederbarende werk van de Heilige Geest, worden mensen tot het geloof gebracht, tot bekering geleid en belijden ze hun schuld: “wat zullen we doen, mannenbroeders…?” Wat een genade, dat de Heere Jezus door het zenden van Zijn Heilige Geest, ons mede te hulp komt. Immers, wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het betaamt, maar de Geest bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

Dan mag u de Heere aan uw kant weten. Wanneer ontdek je dat? Op het moment dat je je handen vouwt en je knieën buigt. Op het moment dat je in gebed tot de Heere vlucht. Dan mag je ervaren: het zijn niet mijn woorden, maar Zijn woorden. Net als Ezechiël. Hij ervoer de reikwijdte en de diepte van de stroom, niet alleen door er naar te kijken, maar door er in overeenstemming met het bevel van de engel in te gaan staan.

Blijf daarom niet op afstand staan. Hoor het Woord van God. Overdenk het. Maak het u eigen. En kom dan vervolgens met dat gehoorde Woord voor Zijn aangezicht. “Heere, hier staat het, doet u in mijn leven wat u beloofd hebt”. De stroom ontspringt aan het Vaderhart. Het komt vanuit de tempel, het Heilige der Heiligen. Gebrek en droogte, geestelijke leegte wordt door de Heere weggenomen in Zijn Zoon Jezus Christus, Die in het zenden van Zijn Geest alles heeft meegebracht. Soli Deo Gloria. God alleen de eer.


Lezen: Ezechiël 47 : 1-12. 

Zingen: Psalm 36: 2, 3. 

Namens de Protestantse Contact Diensten de wijkkerkenradenvan de Augustijnenkerk en Pauluskerk,van harte Gods zegen toegewenst.

Ds. G. van Wijk, juni 2017.

Afscheid ds. De Lange

Maandag 18 juli j.l. heeft ds. De Lange het boek met foto's van de afscheidsavond ontvangen. De foto's kunnen we daarom nu ook op de website delen. Kijk bij fotoalbums.

Hulpdienst deze zomer

Hopelijk heeft u geen extra hulp nodig, maar juist in de zomer als familie op vakantie gaat, kan de hulp vanuit de kerk juist welkom zijn. De hulpdienst is bereikbaar volgens dit schema:
 
Van 18 juli tot 28 juli Janella Kasteleijn, Tel: 06-15151024 (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).
Van 29 juli tot 6 aug. Nel Graafland, Tel: 078- 6170061 (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).
Van 8 aug. tot 22 aug. Willemijn holster, Tel: 078-6168892 ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).

Goddelijke bewaring

Goddelijke bewaring

“De Heere zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.”
Psalm 121:8

 Psalm 121 is een pelgrimslied. Psalm 121 werd gezongen door pelgrims. Zij waren op weg naar Jeruzalem. Samen. Met vele anderen. Op een van de grote feesten. Om de Heere te ontmoeten. Om Hem te aanbidden!

Het feest begon al onderweg. Het vertrouwen op God werd bezongen. De Heere zal ons bewaren. Onze ziel, zelfs, zal Hij bewaren. De Heere heeft er zelfs een van Zijn namen aan te danken: de Bewaarder Israëls.
 
Wat hebben wij allen de bewaring van de Heere nodig. De vakantieperiode staat voor de deur. Van ouderen hoor ik wel eens: ik ben altijd weer blij, als al mijn kinderen en kleinkinderen weer veilig thuis gekomen zijn.
 
In het geestelijk leven geldt het nog meer. Ook ons leven is een reis. Er zijn allerlei gevaren die ons bedreigen. Verleidingen liggen op de loer. Ze kunnen ons zomaar van het grote doel afhouden. Het Jeruzalem hierboven.
 
De dichter prijst zich gelukkig dat God er is.
“Hij zal uw voet niet laten wankelen,
uw Bewaarder zal niet sluimeren.”
 
Mag ik u vragen: bent u ook zo’n pelgrim? Leeft u op God aan? Of reist u liever de andere kant op? De reis richting Sion gaat omhoog. Een prachtig beeld. De tempel lag immers op de berg Sion. Ook in geestelijk opzicht is een leven met de Heere een leven dat op de hemel aanwerkt. De tegenovergestelde richting is echter een afgang. Een eeuwig vergaan.
 
Echter de dichter spreekt niet over vergaan, maar over bewaring. En dat door de Bewaarder van Israël. Hoor maar wat onze tekst zegt:
“De Heere zal uw uitgang
en uw ingang bewaren.”
 
Dat woord “bewaren” komt herhaaldelijk terug in deze Psalm. Die bewaring is allesomvattend. Het gaat om bewaring in gelukkige dagen als de zon hoog aan de hemel staat, maar ook in de schaduwperiode van ons leven.
“De zon zal u des daags niet steken,
noch de maan des nachts.”
Het gaat om bewaring voor ziel en lichaam. Voor tijd en eeuwigheid. Ja helemaal en totaal!
“Uw ziel zal Hij bewaren”.
 
Zelfs over dood en graf heen, is mijn ziel bij Hem veilig en geborgen.
 
Ja, de Heere wil ons niet alleen bewaren voor alle kwaad: het kwaad van buitenaf dat mij treft. Maar Hij wil mij ook bewaren van alle kwaad: het kwaad van binnenuit. Het kwade dat in mij huist. Het kwade waarmee ik een ander en ook mezelf schade zou berokkenen.
 
Ziet u wel, dat Zijn bewaring allesomvattend is? Wij denken vaak aan de gevaren van buitenaf. Maar de Christen onderkent ook het gevaar van binnenuit. Als God er niet zou zijn. Als God niet zou ingrijpen, dan zou een mens zichzelf nog te gronde richten.
 
Dat “allesomvattende” komt ook tot uitdrukking in onze tekst. De dichter zegt dat de Heere onze uitgang en onze ingang zal bewaren. Ons leven is samen te vatten met uitgaan en ingaan. ‘s Morgens gaan we uit om ons werk te doen, ‘s avonds komen we weer thuis. Aan het begin van ons leven zijn we uitgegaan en aan het einde van het leven zullen we ingaan, in de schoot der aarde. Maar de Christen weet: de Heere is er bij. En Hij zal mij bewaren, om Christus’ wil. Laat dat ons persoonlijk gebed zijn.
 
Ds. G. van Wijk, juli/augustus 2016
Inloggen

Registreren