• 11

Niet bekeken, maar gezien!

“En voorbijgaande zag Hij iemand die blind was van de geboorte af,”
Johannes 9: 1.

We kennen de geschiedenis van de blindgeborene. Hij begint de dag blind, maar aan het einde van de dag, kan hij zien. Hij dankt het wonder aan Jezus. Voor ons, is het eigenlijke wonder in dit verhaal, dat die blinde man mag zien. Dat hij zijn ogen uitlaat, zoals wij een hond uitlaten, wild van verwachting. Maar het wonder begint al, als hij wordt gezien. Terwijl Jezus voorbij gaat, ziet Hij deze ene man. Voor Hem zijn er niet duizenden zieken. Nee, er is er één, en nog één, en nog één.

Voor de discipelen, is die man een geval. Ze praten over hem, waar hij zelf bij staat. Men doet alsof die blinde ook nog doof is. Er zijn artsen die over een patiënt smoezen alsof hij al bijna is overleden. Voordat de zieke zelf z’n mond heeft opengedaan, is de diagnose al min of meer vastgesteld. Hij wordt niet echt gezien, maar wordt wat bekeken. Is dat niet één van de grote problemen in onze samenleving? Wij worden niet echt gezien, maar op z’n hoogst bekeken. Ze zien ons aan de balie. Weer een patiënt, oudere, eenzame, vluchteling, werkloze. Maar een mens wil gezien worden. Maar ongezien, zijn er heel wat mensen, die overwegen om de handdoek in de ring te gooien. Aangrijpend!

Maar in het voorbijgaan zag Jezus een mens. Dáár begint al de genezing. Wij willen de ander liever niet zien. Hebt u al lopend op straat gemerkt, dat we elkaar liever niet in de ogen kijken? We lopen langs elkaar. We vinden eenzaamheid vreselijk, maar verdedigen ons toch tegen inmenging van buiten. Want, o wee, als een ander ons aanspreekt. Wat, als een ander z’n hart lucht. Alleen daarom is menigeen heel blij met z’n smartphone (mobiele telefoon). Maar Jezus ziet ons. Zeker, Hij heeft genoeg aan Zijn hoofd en er gaat genoeg om in Zijn hart. Bovendien is het voorbijgaan, voor Hem tevens opgaan naar Jeruzalem, naar Golgotha, naar de plaats van het gericht. Maar voor Jezus is het zien van een mens, nu juist hetzelfde als vragen wat eraan scheelt. Bent u Jezus in uw leven reeds tegengekomen? En hoe liep dat af? Om nooit te vergeten?
“Gij hebt mijn weeklacht en geschrei. Veranderd in een blijde rei. Mijn zak ontbonden en mij weer. Met vreugd omgord, opdat mijn eer. Niet zwijg, zo klimt Uw lof naar boven. Mijn God, U zal ik eeuwig loven!” Ps.30:8. Is dit vers, u uit het hart gegrepen? U dankt het aan Jezus! Het zien van Jezus zult u iedereen gunnen en Hij wil Zijn ogen iedereen geven!
Lezen: Johannes 9: 1 – 25.
Zingen: Psalm 146: 6 en 7.

Namens de Protestantse Contact Dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
ds. M. Maas, februari 2018.

Hersteld, om God te loven

“En zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere”.
Markus 3:5b

In de afgelopen periode, hebben wij als gemeente mogen nadenken, over de lofzangen rondom de geboorte van de Heere Jezus. Allereerst was het Elizabet, die haar lofzang aanhief. Meteen gevolgd – misschien zelfs wel onderbroken – door de lofzang van Maria. Ook Zacharias heeft zijn lof aan God gebracht. En weer iets later, daar in de velden van Efratha, waren het de engelen die het “ere zij God” hebben aangeheven. Tenslotte hebben we op de nieuwjaarsavond nagedacht over de Lofzang van Simeon. “Mijn ogen hebben Uw zaligheid – Uw Zaligmaker – gezien”.

Bent u, in deze lofzang inmiddels zelf ook meegenomen? Daartoe, is een mens immers door God op aarde geplaatst? Johannes Calvijn – de grote theoloog – heeft het doel van ons bestaan samengevat, in die ene regel: “wij zijn geschapen en bedoeld tot eer van Gods Naam”.

Ik vertel u niets nieuws, als ik u zeg, dat wij de eer van Zijn Naam niet hebben vergroot. Integendeel, ons bestaan is tot oneer van God geworden. We zien dat in allerlei toonaarden om ons heen en in het midden van de wereld. Gods Naam wordt openlijk gelasterd, de zonde viert hoogtij. De mens staat op tegen zijn naaste… Enzovoorts…

Toch kan de eer van Gods Naam, alsnog gestalte krijgen in deze wereld. Hoe dan? Door de Heere Jezus Christus, Gods Eniggeboren Zoon. Hij is het immers, Die niets anders bedoeld heeft, dan de wil van Zijn Vader te doen. Die wil van de Vader, heeft Hij gestalte gegeven tot het bittere einde. Tot op het kruis. Daar komt God alsnog tot Zijn eer, waar u buigt en uw zonden en schuld brengt bij het kruis. Daar gaat de belijdenis van zonden en schuld, hand in hand met de lofzang. Daar zijn tranen van schuldbesef en van berouw, ineens zomaar ook tranen van vreugde en van verwondering.

“Heere, wat is het, dat Gij mij hebt aangezien”.

Want dat is nu het werk van de Heere Jezus ten voeten uit. De Heere Jezus wil, dat u opnieuw aan Gods doel zult beantwoorden. Dat u een Godlover zult zijn. Dat u verbroken zou worden, onder zoveel liefde van Zijn kant.

 In onze tekst lijkt het er echter niet van te komen. Integendeel. Als de mensen zien hoe de Heere Jezus een gehandicapte man – een man met een stramme hand – op de sabbat geneest, zijn zij in alle staten. De Farizeeën smeden hier al het plan, samen met de Herodianen, om de Heere Jezus te doden…

En dat, terwijl de Heere Jezus met de genezing van die gehandicapte man, ons juist wil laten zien waartoe Hij kwam. Hij is immers de grote Heelmaker, de Heiland, de grote Hersteller.

Blijkbaar zit de zonde in ons bestaan zo diep, dat zelfs, als de Heere komt met Zijn heil, velen het verre van zich werpen. Dat zien we in de wereld om ons heen. De één haalt er zijn schouders over op, een volgende spot met de Boodschap van vrije genade, een derde wil die Boodschap zo snel mogelijk de mond snoeren, zoals hier in onze tekst.

Mag ik u eens vragen, heeft het heil van de Heere, u ook al een lofzang in het hart gegeven? Zie op de Heere Jezus Christus, Gods antwoord op ons verzet, onze zonden en ongeloof. Er staat in onze tekst:
“En zijn hand werd hersteld,
gezond gelijk de andere.”

Dit herstel is bij Hem te verkrijgen. Totaal herstel, naar lichaam en naar ziel. Waar Hij Zijn leven heeft laten verbreken.
“Komt, verwondert u hier mensen.”

Lezen: Markus 3:1-6.
Zingen: Psalm 145:4.

Namens de Protestantse Contact Dienst en de kerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk.

Van harte een gezegend Nieuwjaar toegewenst.
Ds. G. van Wijk, januari 2018.

Dienen met barmhartigheid

“Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.”
Matthéüs 5:7

Rondom het Heilig Avondmaal is ons “het ware geluk aangewezen”. Bij Wie vinden we dat echte geluk? We vinden dat echte geluk bij de Heere Jezus, waar wij zitten aan Zijn voeten, om naar Zijn stem te luisteren. Hij wijst ons de weg. In de Bergrede heeft de Heere Jezus voor ons een belangrijke Boodschap. Een Boodschap die vaak tegendraads is. Zijn Boodschap gaat vaak in tegen ons gevoel. Toch is Zijn Boodschap de Waarheid. En nu, deze Waarheid van Jezus maakt ons gelukkig. Althans, als wij die Waarheid volgen, ja, als wij Hem volgen.

Wat zegt de Heere Jezus dan in de Bergrede? Ik vat het maar samen, met de woorden die hebben geklonken, rondom het Heilig Avondmaal. Zalig ben je, waar je komt in afhankelijkheid, waar je treurt over zondigheid, waar je zucht naar gerechtigheid, waar je leeft in zachtmoedigheid. Deze boodschap klinkt tegendraads. Want, zit er nu zoveel geluk in het afhankelijk zijn van een ander? En zijn treurende mensen nu gelukkig? Of, kom je met zachtmoedigheid in deze wereld nu zoveel verder? De Heere Jezus zegt: ja, zij zullen immers het aardrijk beërven.

In deze wijkbrief wil ik met u een stapje verder gaan. Want ook het “dienen met barmhartigheid” kenmerkt de kinderen van God. Jezus zegt: “zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden”. Ja, die barmhartigheid kenmerkt Hem, Die ons deze boodschap voorhoudt.

Bij God vinden wij de ware barmhartigheid, vinden wij de ware ontferming. Hij is “warm van hart” – barmhartig. Hij heeft een hart dat van liefde brandt. Dat geldt God de Vader. Vanwege Zijn barmhartigheid heeft Hij Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus afgestaan aan deze wereld, overgegeven en prijsgegeven aan de dood. Uit liefde voor gevallen zondaren. Vandaar dat de oude Zacharias zingt in zijn lofzang:
“Nu toont Hij Zijn barmhartigheid,vanouds de vaderen toegezeid”.

Maar op het aller-duidelijkst, vinden wij die barmhartigheid, bij God de Zoon. Toen Hij gehangen was aan het kruis van Golgotha, heeft Hij voor het volk gebeden: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen”. Toen de Heere Jezus, aan Paulus verscheen op weg naar Damascus, had Hij Paulus kunnen doden, maar in plaats daarvan heeft Hij Paulus in dienst genomen. Zodat deze apostel later zegt:
“mij is barmhartigheid geschied…”.

Vanwege deze barmhartigheid van Christus, zullen ook Gods kinderen barmhartig zijn naar anderen toe. Zij zullen immers gaan lijken op hun Meester? Jezus zegt: “hun zal barmhartigheid geschieden…”. In Christus en door Christus zult u een barmhartig God ontmoeten. Hij zal Zich over u een eeuwigheid lang ontfermen. Wat een heerlijk vooruitzicht.

Nee, uit onszelf zijn we niet barmhartig. Uit onszelf ontfermen wij ons niet over een ander. Maar: “wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren”. Wat een machtige belofte, heeft de Heere Jezus, in al die zaligsprekingen aan Zijn kerk nagelaten. En wat een heerlijk voorbeeld, heeft de Heere Jezus, ons vanuit Zijn leven gegeven. Ja, nog meer: wat een heerlijke vervulling, hebben wij, vanuit Zijn leven ontvangen. Want in al die zaligsprekingen is Hij ons voorgegaan. Waar het ons aan barmhartigheid ontbreekt, kunnen wij het van Hem leren. Ja, ontvangen. Gratis en voor niets. Dat is Evangelie.

Lezen: Matthéüs 5:1-12.
Zingen: Psalm 86:3,8.

Namens de Protestantse Contact Dienst

en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
van harte Gods zegen toegewenst.
Ds. G. van Wijk, februari 2017

Ds. A. de Lange

Predikant Wijk 7 (Pauluskerk)

Adres:
Telefoon:
Titanlaan 4, 3318 ET Dordrecht
078 200 0262

Lees meer

Van jongsaf bij de Bijbel opgevoed

En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid,
door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is. 2 Tim. 3:15
 
Van jongsaf bij de Bijbel opgevoed. Dat bent u misschien wel, of misschien ook niet. Goed om nu in ieder geval met de Bijbel bezig te zijn!
 
Wat heb je aan de Bijbel? Je wordt er wijzer van. Op een bijzondere manier. Je wordt er wijs van tot zaligheid. Je vindt er redding en eeuwig leven door.
Is dat nodig? Jazeker. Als we niets van de Bijbel en haar inhoud kennen, zijn we niet alleen maar dom, we zijn verloren! We zijn door God geschapen. Maar zonder kennis van de Bijbel leven we in onze zonde, los van God, en we zijn op weg naar het verderf.
 
Het heerlijke van de Bijbel is dat God er Zich in aan ons bekend maakt. We krijgen ontzag en liefde voor God. We krijgen zicht op hoe ons leven eigenlijk bedoeld is, en wat er mis mee is. En vooral mogen we horen over Christus Jezus: de Zaligmaker en Redder van ons verloren bestaan. Door het geloof in Hem worden we behouden en ontvangen we het eeuwige leven.
 
Er zijn veel boeken in deze wereld: leesboeken, studieboeken, hobbyboeken. Je wordt door de meeste boeken best wat wijzer. Maar we hebben de Bijbel nodig om wijs te worden tot zaligheid. Wat een zegen dat die Bijbel er is. U hebt er waarschijnlijk ook wel één of meer in uw bezit. Lees hem. Leef erbij. Denk erover na. En houd de Bijbel erbij als u bidt, zodat u God kunt antwoorden, en dingen kunt vragen aan de hand van wat Hij tot u zegt.
 
Jammer is het, als u pas op latere leeftijd met de Bijbel in aanraking gekomen bent. Dan hebt u een stuk van uw leven zonder de Bijbel moeten doen. Achteraf voelt dat als een leegte, een gemis. Gelukkig dat de Bijbel in uw leven gekomen is. Het is nooit te laat om wijs tot zaligheid te worden. Bid dat Gods Woord u tot zegen zal zijn!
 
Prachtig als u van jongsaf bij de Bijbel bent opgevoed. Dat kan niemand u meer afnemen. Dingen die je vroeger geleerd hebt, gaan er moeilijk meer uit. Ondertussen is het wel de vraag of de Bijbel in uw leven het gewenst effect gehad heeft: dat u gelooft in de Heere Jezus Christus. Veel van de Bijbel weten is niet compleet zonder van harte te geloven in de Heere Jezus. Wees daar gericht mee bezig. Wij leerden onze kinderen vroeger in hun persoonlijk gebed te bidden om een nieuw hart en het geloof dat de Heere Jezus ook voor hun zonden gestorven was. Dat kan iemand die ouder geworden is ook bidden!
 
Laten we er dankbaar voor zijn, dat het vandaag nog steeds gebeurt, dat kinderen bij de Bijbel worden opgevoed, dat er jeugdwerk in de kerk is, dat er goed christelijk onderwijs is. Als we er niet actief aan mee kunnen doen in eigen persoon, kunnen we anderen die erin bezig zijn nog wel aanmoedigen en bemoedigen. En we kunnen ook voor hen bidden.
Laten we zeker ook bidden voor al die mensen die geen Bijbel hebben. Ook voor mensen die hun Bijbels niet lezen. Ook voor mensen die denken dat ze de Bijbel kennen, terwijl dat meer hun mening is, dan dat ze echt naar de Bijbel luisteren.
 
Hoe dan ook: God wil mensen niet verloren laten gaan, maar zalig maken. Dat is de boodschap die u vandaag vanuit de Bijbel mag horen. Neem het ter harte en kom ermee bij God!
 
Ds. A. de Lange

Geloven zonder twijfel

Maar dat hij ze begere in geloof niet twijfelende……
Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van de Heere. Jakobus 1 : 6a, 7
 
Je weet niet meer hoe het moet, je ziet Gods weg niet en je eigen weg niet. De wijsheid ontbreekt je. Dan mag je God om wijsheid vragen. Maar doe het wel in geloof. En twijfel dan niet.
 
Twijfelen, dat doe je als mens makkelijk. Juist ook als je weg moeilijk is. Je bent niet zeker van jezelf. En ook niet zeker van God. En dan wankelt alles. Het kan alle kanten op. Net als bij de golven van de zee, die ook geen vaste koers hebben. Het ligt er maar net aan, uit welke hoek de wind waait. Twijfelen heeft te maken met twee. Je hinkt op twee gedachten. Je komt in je gebed bij God en je zegt eigenlijk: ik vraag U wel wat, maar ik weet  niet of ik het wel moet en wil doen.
 
Maar je kunt er toch niets aan doen als je twijfelt? Dat denken we vaak. Maar er zitten verschillende kanten aan. Je kunt er niets aan doen, dat je je onzeker voelt, en dat je je in een situatie waarin je bedreigd en belaagd wordt klein en angstig voelt. Maar de kern van de twijfel is dat we niet vertrouwen op Gods macht, Gods wil en Gods liefde, die er is om ons te redden en te helpen. En dat is een bewuste daad van ongeloof. Daarin laten we ons zondaar-zijn dat God verdenkt en wantrouwt de ruimte. Dat is verkeerd. Twijfelen is menselijk en begrijpelijk, maar daarom nog niet goed. We mogen daarom ook de twijfel niet goed gaan noemen.
 
Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van de Heere. Betekent dit dat een twijfelend bidder nooit wat van God ontvangt? Nee. Alle mensen ontvangen gaven van God. Hij geeft aan bozen en goeden. Hij is goed en weldadig over alle mensen. Soms geeft Hij op het gebed en soms ook ondanks het gebed. Er staat dat die mens niet moet menen, denken, verwachten dat hij iets ontvangen zal van de Heere. Als je bij je bidden geen vertrouwen hebt in de God tot Wie je bidt, moet je niet menen dat God je gebed evengoed wel verhoort. Je kunt beter het manco in je gebed onderkennen en proberen anders te bidden.
 
Terwijl het rijke is, dat we de hoopgevende belofte van God meekrijgen als we biddend tot Hem gaan: 1 Joh. 5:14 En dit is de vrijmoedigheid die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort. Dan mag je bidden en je hoeft niet te twijfelen of God je wel hoort en geven zal wat je vraagt. Nou, dat vind ik moeilijk, zegt iemand. Want ik heb God dingen in geloof gevraagd die Hij me toch niet gegeven heeft. Vroeg u toen ook om iets dat naar Zijn wil was? God belooft ons datgene te zullen geven wat goed voor ons, zoals Hij het ziet. Zoals Hij het ziet – dat kan verschillen met zoals wij het zien. Dat is ook een geloofsworsteling: om te vragen dat God ons wil geven wat we Hem bidden, maar alleen als het naar Zijn wil is. Onze wil onderwerpen aan die van de Heere - dat is wat bij het gelovig komen tot God gebeurt.
 
Gelovig bidden. Wanneer doe ik dat? We mogen ons afvragen, of we de God tot wie we bidden, zien als de God die in Christus ons liefheeft met een eeuwige liefde, Die ons volkomen gelukkig wil maken. Als zondaren verdienen wij het niet, maken wij het er ook niet naar, maar Hij belooft het ons. Tot die goede God mogen wij met al onze vragen en gebeden gaan.
 
Kunt u zichzelf niet van de twijfel afhelpen? Hebt u het probleem dat u van uzelf niet geloven kunt? Belijd het aan God. Leg uw twijfel bloot. Een vader stond ooit zo voor de Heere Jezus. En hij zei: Ik geloof Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp. Hij ontving wat hij begeerde.
 
Ds. A. de Lange

Psalm 130, wachten op de Heere

WACHTEN OP DE HEERE …

Ik verwacht de HEERE;
mijn ziel verwacht,
en ik hoop op Zijn Woord.
 
“Dominee, het duurt zolang…”. “Wat bedoelt u mevrouw?” “Dat Jezus komt, om mij te halen…”. Hoewel ze daarmee haar verdriet kenbaar maakte, straalde haar gezicht. “Verdriet”, want “wachten duurt zolang”. Maar ook “haar gezicht straalde”, toen ze sprak over Jezus, Die haar vast en zeker zou halen en opnemen in Zijn koninkrijk, in Zijn heerlijkheid, maar: “Waar ís Hij toch? Waar blíjft Hij toch?”
 
De dichter van Psalm 130 spreekt ook over verlangen. Hij zat in de diepten. Wat die diepte precies was, weten we niet. Betrof het een ernstige ziekte die hem tot wanhoop bracht? Werd hij door zijn kinderen verlaten? Had hij financiële zorgen? Of… ging hij gebukt onder zijn zonden? Dat laatste, zou zomaar kunnen, omdat de dichter aan het einde van deze Psalm zegt troost te putten uit de wetenschap dat God Zijn volk verlossen zal van “al zijn ongerechtigheden”.
 
In ieder geval “de diepte” – vul dat voor uzelf maar in – heeft hem des te meer doen uitzien naar de verlossing. Sterker nog: het heeft hem doen uitzien naar de VERLOSSER. Zo wordt hier immers de almachtige God aangeduid. Immers, wat stond er ook alweer in dat laatste vers? “Hij – de HEERE – zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden”. Vandaar dat de dichter zijn Psalm begonnen was met: “uit de diepten roep ik tot U, o HEERE”. Zijn roepen heeft een adres.
 
Je hoort wel eens van mensen die zeggen niet meer te kunnen geloven in God vanwege de hoeveelheid tegenslag die zij moesten incasseren in hun leven. In Psalm 130 zien we precies het tegenovergestelde. De nood kan ons ook juist bij de HEERE brengen. Hoe kan het toch, dat de één reden vindt om de HEERE te verlaten vanwege tegenslag en moeite en een ander vanwege diezelfde tegenslag en moeite, juist de HEERE zoekt? Wel, de dichter van Psalm 130 zoekt de schuld van alle ellende niet bij God. Niet God heeft voor “die diepte” gezorgd. De mensheid – wij allemaal, u en ik – zijn bij God vandaan gelopen. Wat krijgt dan het woord “genade” en het woord “verlossing” een diepe klank. Want hij is het die onze schuld wil wegnemen. Hoe dan?
 
Wel, Hij, de Verlosser Israëls, is Zelf in onze diepte gekomen. Hij is afgedaald. Neergelegd in de kribbe van Bethlehem. Vanuit die diepte kan en wil Hij u verlossen. In die diepte is Hij Zelf gestorven. Maar vanuit die diepte is Hij ook weer opgestaan. Hij is als overwinnaar op zonde en dood opgevaren naar de hemel. De Bijbel zegt: “dat Jezus door Zijn dood, teniet zou doen degenen, die het geweld van de dood had, namelijk de duivel”. Door de komst van Jezus is de duivel die ons bracht in de diepte, schaakmat gezet. Blijf maar niet naar de duivel luisteren. Dan blijven we in de diepte. Maar luister naar de stem van Hem Die

Uw krankheên kent en liefderijk geneest;
Die van 't verderf uw leven wil verschonen,
Met goedheid en barmhartigheên u kronen;
Die in de nood uw Redder is geweest.
 
Wat is het goed om samen met de gemeente, zo uit te zien naar de HEERE en samen te belijden:
Ik blijf den Heer' verwachten;

Mijn ziel wacht ongestoord;
Ik hoop, in al mijn klachten,
Op Zijn onfeilbaar woord.

Want, wachten duurt lang, maar niet eeuwig. Dan wordt onze verzuchting “het duurt zolang”, beloond met: “men zal te dien dage zeggen: Ziet, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken. Deze is de HEERE, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid”.
 
Ds. G. van Wijk, november 2015

Psalm 125, vertrouwen op de Heere

VERTROUWEN OP DE HEERE

Die op de HEERE vertrouwen,
zijn als de berg Sion,
die niet wankelt,
maar blijft in eeuwigheid.
Psalm 125:1
 
Een nieuw jaar is aangebroken. Niemand weet wat de toekomst brengt. Ontwikkelingen in de wereld brengen zorg met zich mee. Spanningen in het Midden-Oosten. Aanslagen in het westen. Vluchtelingenproblematiek. Zorgen om het milieu. Voortgaande maatschappelijke verloedering. Ook velen buiten de kerk maken openlijk hun zorg kenbaar: “waar moet dat heen”? Christenvervolging neemt hand over hand toe. Waar het heen moet? Naar het nieuwe Jeruzalem. De Heere Jezus immers heeft ons immers ingelicht over het laatste der dagen? Weet u het nog? Jezus sprak van: oorlogen, geruchten van oorlogen, tal van rampen, overstromingen, aardbevingen in verscheidene plaatsen. Ja ook van christenvervolging. “Gij zult allen gehaat worden om Mijns Naams wil”.
 
Iemand schreef onlangs – met het oog op de tijd waarin wij leven – de onbevangenheid is weg. Telkens moet je op de hoede zijn, wie is er nog te vertrouwen? Toch mag een christen, met het oog op de toekomst niet somberen. Want de dichter van Psalm 125 geeft ons iets heel belangrijks mee. Hij zegt:
 
Die op de Heere vertrouwen,
Zijn als de berg Sion,
Die niet wankelt,
Maar blijft in eeuwigheid.

Wij hebben te midden van alle ontwikkelingen op de Heere te vertrouwen. De Heere, Die Zijn belofte gegeven heeft aan Zijn kerk, toen Hij zei: “wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden”. Waar de Heere een vaste rots is, daar zal ook Zijn volk dat op Hem vertrouwt, niet wankelen. Op Hem vertrouwen, dat betekent: Hem op Zijn Woord geloven. Het betekent: in Zijn sporen gaan. Het betekent: Zijn waarheid tot de onze maken. Leven overeenkomstig de Bijbel. Maar boven alles uit: leven vanuit Zijn volbrachte werk. Want, wat wij niet kunnen, kon Hij, deed Hij! Plaatsvervangend.
 
De berg Sion. Dat is Gods heilige berg. Nee, niet aan een berg, zelfs niet de berg Sion ontlenen wij de vastheid. De dichter van Psalm 125 gebruikt hier natuurlijk een geestelijk beeld. God is het Die op Sion wonen wil. De dichter van Psalm 9 zingt immers:

Zingt, zingt den Heer', die eeuwig leeft,
Die Sion tot Zijn woning heeft.

Op de berg Sion is de tempel gelegen. Gods vaste woonplaats. En in die tempel maakt God het goed met Zijn volk. Daar worden de offers gebracht. Offers die alle heenwijzen naar het werk, het volbrachte werk van de Zaligmaker, de Heere Jezus Christus. En in de Heere Jezus Christus, zal God het goed blijven maken met Zijn volk. Aan Zijn genade komt geen einde. Ook in 2016 mag u telkens opnieuw tot Hem gaan. U zult door Hem niet worden afgewezen. Wat een heerlijk perspectief. Want,

God zal Zijn waarheid nimmer krenken,
maar eeuwig Zijn verbond gedenken.

Dat is vast en zeker. Onwankelbaar als een rots. Ja, zo onwankelbaar als de berg Sion. Geen duivel kan dat offer van Jezus meer ongedaan maken. Hij heeft gezegd: het is volbracht. Het ligt klaar voor u die gaat in de weg zoals Robert Murray McCheyne voor ogen stond:

Ik boog me en geloofde
En God sprak mij vrij
 
Dan mag misschien voor u en mij de toekomst in 2016 onzeker zijn, maar het blijft gelden:
Die op den HEERE vertrouwen,
zijn als de berg Sion,
die niet wankelt,
maar blijft in eeuwigheid.
 
Ds. G. van Wijk, januari 2016
 
 
Inloggen

Registreren