• 20

Meditaties

  • Behouden door het geloof

    “Door het geloof heeft Noach, […] de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; […]
    en is geworden een erfgenaam der rechtvaardigheid, die naar het geloof is.”
    Hebreeën 11:7.

    Op dinsdag 31 oktober 2017, heeft de Protestantse Kerk stilgestaan bij het feit dat er 500 jaar geleden een Reformatiebeweging op gang kwam in Europa. Wij herdenken het feit dat Maarten Luther zijn 95 stellingen wereldkundig maakte. De Reformatiebeweging, die dat met zich meegebracht heeft, is de kerk tot grote zegen geweest. Immers, de leer van de rooms-katholieke kerk, zorgde voor veel angst en onzekerheid bij de gelovigen. Volgens de leer van de rooms-katholieke kerk zou onze zaligheid niet alleen afhangen van het werk van Christus, maar ook nog van het werk van heiligen en – heel belangrijk – onze eigen werken. De zogenaamde “goede werken”. In dat laatste onderdeel schuilde de angst en de onzekerheid. Want: waren mijn goede werken wel voldoende voor God? En… kun je dat ooit wel te weten komen? Daarom bleef een rooms-katholiek altijd in onzekerheid en in angst leven.

    Maarten Luther echter heeft na de bestudering van de Romeinenbrief ontdekt, dat de zaligheid staat of valt, met het geloof in de Heere Jezus. Het geloof in de Heere Jezus Christus, wordt ons tot rechtvaardigheid gerekend. Als wij op de Heere Jezus vertrouwen en met de Heere Jezus leven, komen bovendien de goede werken als vanzelf naar voren. Als een vrucht van ons leven met Hem. En omdat het werk van de Heere Jezus vol en volmaakt is, mag er zekerheid zijn ten aanzien van onze eeuwige bestemming. We hoeven niet in angst te verkeren. Want het geloof – hoe klein en bestreden soms ook – wordt ons tot rechtvaardigheid gerekend.

    We zien dat duidelijk in Hebreeën 11. Het is een terugkerend refrein in dat hoofdstuk. “Door het geloof…”. Door het geloof komen grote dingen tot stand. Door het geloof, wordt het heil verkregen. Wilt u daar een voorbeeld van? Kijk in het leven van Noach. Hoe werd hij met zijn gezin behouden? U zegt: door het schip dat hij bouwen moest. Jazeker, u hebt gelijk. Toch moet u met uw antwoord nog ietsje verder teruggaan. Waar begon het mee? Hier begon het: Noach geloofde God op Zijn Woord. God gaf Noach een waarschuwing. God gaf hem een opdracht. En Noach heeft in de weg van geloofsgehoorzaamheid, op aanwijzing van de Heere, de ark toebereid.

    Zo kunnen ook wij gered worden. Door in de weg van geloofsgehoorzaamheid, op aanwijzing van de Heere, onze toevlucht te nemen tot de ark van het behoud. Deze ark hoeven wij niet te bouwen. Deze ark heeft God bereid gemaakt. Dat toevluchtsoord hebben we ontvangen in het werk van de Zaligmaker, de Heere Jezus Christus.

    De deur van deze Ark staat wagenwijd open. En de Heere Jezus heeft gezegd:
    “die tot Mij komt,
    zal Ik geenszins uitwerpen.” Joh 6:37b.

    Nu kunnen wij zeggen: ik stel het komen tot de Zaligmaker liever nog maar even uit. Dat is levensgevaarlijk. Vele mensen hebben hun toevlucht tot die ark niet genomen. Misschien waren er wel een aantal mensen bij, die het later van plan waren. Maar ja, dat “later”, bleek uiteindelijk “te laat” te zijn.

    Hoe nodig is het om vandaag, je toevlucht te nemen in geloof tot de Heere Jezus. Dan heb je een volkomen zaligheid. Een zaligheid die niet afhankelijk is van je goede werken, maar van Zijn volbrachte werk. Wat een heerlijke boodschap. De verlossing steunt voor honderd procent op het werk van de Zaligmaker! Daarin ligt mijn zekerheid!

    Lezen: Hebreeën 11:1-16.
    Zingen: De Tien geboden des Heeren:1,9.
    Namens de protestantse contact dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk. Van harte Gods zegen toegewenst.
    Ds. G. van Wijk, november 2017.

    Read more

  • De haven in zicht!

    “Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden;”
    2 Timotheüs 4: 7.

     

    Paulus heeft met het Evangelie al vele zeeën bevaren en is al heel wat havens binnen gezeild. Nu maakt hij zich gereed voor de laatste reis. Hij weet dat het niet lang meer zal duren of hij zal de hemelse haven binnenlopen. En hij wéét het niet alleen, hij zégt het ook!

    Maar voordat de trossen van zijn levensschip worden losgemaakt, gaat hij bij wijze van spreken nog eenmaal op de kade staan. En vanaf die plek kijkt hij nog eenmaal naar z’n levensschip om de balans op te maken. Hij weet dat hij niet meer vrij zal komen uit de gevangenis van Rome. Hij weet dat de marteldood hem wacht. Men is bezig om hem als een plengoffer te offeren. Een plengoffer is een offer van wijn dat werd uitgegoten voor de Heere bij brandoffers. Het uitgieten van wijn in combinatie met een offer is een beeld voor de marteldood.

    Maar hij weet nog meer! Ik heb de goede strijd gestreden en mijn (levens)loop tot een goed einde gebracht. Zijn leven ziet hij als een wedstrijd. Een hordeloop is niet overdreven. Hij heeft heel wat hindernissen genomen: vervolgingen, schipbreuk, honger, dorst, gevaar, etc. Maar door al die hindernissen is hij niet uitgevallen. Hij heeft hét geloof (niet zijn geloof!) behouden.

    Zo op het eerste gehoor klinkt dat, alsof Paulus het verlies van het geloof, als een reële mogelijkheid beschouwt. En al bestaat die mogelijkheid, toch bedoelt hij dat niet. Hij zegt eigenlijk, dat hij het geloof heeft bewaard. Hij heeft in geloof vastgehouden aan het Woord dat hem als een pand in handen was gegeven. En door de Geest wekte dat in zijn hart steeds vertrouwen dat het Woord waar is. En zo deed hij elke keer de ervaring op, dat hij werd vastgehouden door de kracht van de Geest en verder werd gedragen door het Woord.

    Want wie was Paulus in zichzelf? Wie zijn wij in onszelf? Krachtpatsers? Er hoeft maar iets te gebeuren, of… Maar de Heere heeft Paulus nooit laten wegzinken in wanhoop en zelfbeklag. In de moeilijkste omstandigheden ontving hij kracht, rust en vrede vanuit het Woord, zodat hij zelfs in de gevangenis Gods lof kon bezingen. En in dat Woord en in de God van het Woord had Paulus alle vertrouwen. Dat vertrouwen heeft de Heere niet beschaamd. Herkenbaar in eigen leven? Wie vaart op het kompas van het Woord, die komt Thuis.
    Paulus’ levensschip lag op de juiste koers. Het uwe ook? Nee? Haast u om uws levens wil. Ja? Godlof! Het is alleen om Jezus’ wil. Amen.

    Namens de protestantse contact dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
    ds. M. Maas, oktober 2017.

     

    Read more

  • Een persoonlijke benadering...

    “Zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten;
    Want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn Woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend.”
    Openbaring 3:8.

     

    Bij de voorbereiding op het Heilig Avondmaal hebben wij ons gebogen over één van de zeven brieven die de Heere Jezus heeft gezonden aan de gemeenten in Klein-Azië – het huidige Turkije. Het was de zevende brief, gericht aan de gemeente van Laodicéa. Dat was eigenlijk wel een aangrijpend woord. Want de gemeente van Laodicéa dacht in nauwe verbinding met de Heere Jezus te staan, maar de Heere Jezus moest zeggen: Ik sta buiten… Maar… gelukkig, Hij klopt. De Heere Jezus wil ons niet verlaten, maar Hij klopt nog op de deur van ons hart. Ook via deze wijkbrief. Hij wil dat u de deur van uw hart opendoet. Hij zegt:
    “Zie, Ik sta aan de deur
    En ik klop;
    Indien iemand Mijn stem zal horen
    En de deur opendoen,
    Ik zal tot hem inkomen,
    En Ik zal met hem avondmaal houden,
    En hij met Mij.” Openb.3:20.

    Maar, het is heel opvallend dat elk van deze zeven gemeenten door de Heere Jezus persoonlijk wordt aangesproken. Vandaar dat er ook zeven afzonderlijke brieven zijn. De Heere Jezus laat ons geen – om zo te zeggen – “standaardbrief” bezorgen. De brief is niet “automatisch opgemaakt, en daarom niet ondertekend”, zoals we dat wel eens onder een document van de overheid kunnen lezen. Neen. De Heere Jezus weet precies, wat elk mens afzonderlijk nodig heeft. Hoewel de Bijbel voor ieder mens geschreven is, jong en oud, geleerd of eenvoudig, wil de Heere het door de Heilige Geest persoonlijk bij ons “thuisbrengen”. Toepassen. Lees daarom biddend uw Bijbel. Vraag om de verlichting met Zijn Heilige Geest.

    De zesde brief, die de Heere Jezus schrijft, is gericht aan de gemeente van Philadelphia. De Heere Jezus zegt:
    “Ik weet uw werken;
    Zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven,
    En niemand kan die sluiten;
    Want gij hebt kleine kracht,
    En gij hebt Mijn Woord bewaard,
    En hebt Mijn Naam niet verloochend.”

    “Ik weet uw werken”: dat is hier vertroostend bedoeld. Soms kan dit woord ook bedreigend overkomen. Dat zien we bijvoorbeeld in Openbaring 3:1. Tot de gemeente van Sardis klinkt het dreigend:
    “Ik weet uw werken,
    dat gij de naam hebt dat gij leeft,
    en gij zijt dood.”
    Want de Heere Jezus weet immers alles van ons af! Vandaar dat wij wel mogen bidden met de dichter van Psalm 139: (14b berijmd.)
    “Beproef m' en zie of mijn gemoed
    iets kwaads iets onbehoorlijks voedt.”
    Hier echter in de brief gericht aan de gemeente van Philadelphia heeft dit woord iets vertroostends. Dat blijkt ook:
    “Gij hebt Mijn Woord bewaard,
    En hebt Mijn Naam niet verloochend.”
    Dat wordt blijkbaar door de Heere Jezus gezien! In onze tijd, is dat meer dan ooit nodig. Vertrouw op de Heere, zoals Hij tot ons komt vanuit Zijn onfeilbare Woord. En bid het: geef, Heere, dat ik Uw Naam niet verloochen.

    Over dat onfeilbare Woord mogen wij ons ook weer buigen op 20 september in de wijkzaal van de Pauluskerk. U bent er dan toch ook weer? Belijd het maar mee:
    “Mijn ziel bewaart Uw trouw getuigenis;
    Dat heb ik lief, ook doe ik Uw bevelen;
    Uw woord kan mij, ofschoon ik alles mis,
    Door zijnen smaak, én hart én zinnen strelen.”*

    Lezen: Openbaring 3:7-13.
    *Zingen: Psalm 119:84.


    Namens de Protestantse Contact Dienst
    en de wijkkerkenraden
    van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
    van harte Gods zegen toegewenst.
    Ds. G. van Wijk, september 2017.

     

    Read more

  • Stil tot God

    “Immers, is mijn ziel stil tot God, van Hem is mijn heil.”“Immers, is mijn ziel stil tot God, van Hem is mijn heil.”Psalm 62: 2.

    David heeft deze Psalm gedicht, toen het waaide in zijn leven. Het waaide niet zomaar, want daar kun je ook wel van genieten. Maar David kreeg te maken met windvlagen van tegenslag en teleurstelling, laster en roddel, van angst en aanvechting, moeite en strijd. Maar midden in die woelingen en windvlagen, belijdt David dat zijn ziel stil is tot God.

    Hoe ben je stil voor God, terwijl het woelt en waait in je leven? Als je zo vaak alleen bent? Als steeds meer mensen om je heen wegvallen? Als het gemis om je dierbare steeds meer wordt gevoeld? Als je kinderen het met kerk en geloof voor gezien houden? Hoe deed David dat? En al die andere mensen uit de Bijbel? Mozes, Elia, Jesaja? De Heere Jezus? Hij kreeg als geen ander te maken met tegenwind en tegenslag. Hij werd geboren, maar was niet welkom. Hij was nog heel klein, maar moest toen al vluchten naar Egypte. Hij deed in Zijn leven alleen maar goed, maar het werd vergolden met kwaad. Zijn levensverhaal was uiteindelijk één verhaal van: teleurstelling en tegenslag, miskenning en verachting. Wat heeft Hij veel geleden en gestreden. Wat was Hij vaak angstig en werd Hij vaak aangevochten. Toen Hij onschuldig aan het kruis hing, riep Hij als een kind: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?”. Hij weet als geen ander, wat Gods kinderen leven en lijden. Als er Eén van het leven van Zijn kinderen afweet, is het God Zelf. Weet u hoe Hij dat heeft laten merken? Doordat Hij niet in dit Boek is gebleven, maar Zichzelf heeft gegeven, in Zijn Zoon Jezus Christus. God Zelf is in Zijn Zoon in ons menselijk bestaan gekropen. Hij heeft onze zonde en schuld, onze nood en dood, onze angsten en aanvechtingen, ons kermen en klagen tot Zijn offer gemaakt. Hij heeft dat meegenomen naar Zijn graf om het daar voorgoed achter te laten, is na drie dagen weer uit dat graf opgestaan in een nieuw leven, inclusief al Zijn kinderen en is naar de hemel gegaan, waar Hij voor al Zijn kinderen bidt. Dat maakt stil!

    Psalm 62 is een Psalm van David. Ten diepste van Christus. Maar ook van allen die zich in David herkennen. Waarom kan David midden in woelingen en windvlagen toch stil zijn? Omdat er midden in de wereldgeschiedenis Eén stil was voor God en boog onder God. De meerdere David, Jezus Christus. Hij is de brug waarover God het heil naar ons toebrengt, het neerlegt in onze ziel, en zodoende grond onder onze voeten schuift, zodat we niet wankelen, een veilige vesting is om te schuilen, en we geborgen zijn in de Rots der eeuwen. Zalig wie zich hieraan toevertrouwt!  

    Heb je daarna geen hinder meer van windvlagen en woelingen? Vaar je dan altijd voor de wind? We weten wel beter. Het kan zover gaan dat je niets meer weet. Maar ik ben bij God bekend en gekend en geborgen en getroost! Nu en eeuwig! 

    Lezen: Psalm 62.
    Zingen: Psalm 62: 1 en 5.
    Namens de protestantse contact dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk, van harte Gods zegen toegewenst.

    ds. M. Maas, juli en augustus 2017.

    Read more

  • De wonderlijke tempelrivier...

    “Voorts mat hij nog duizend, en het was een beek, waar ik niet kon doorgaan; “Voorts mat hij nog duizend, en het was een beek, waar ik niet kon doorgaan; want de wateren waren hoge wateren, waar men door zwemmen moest, een beek, waar men niet kon doorgaan.”Ezechiël 47:5.

    Het was goed om velen van u te ontmoeten op woensdag 3 mei, jongstleden in de wijkzaal van de Pauluskerk. We hebben geluisterd naar een mooie meditatie van ds. M. Maas. En het was fijn, dat ook zijn echtgenote in ons midden was. Inmiddels ligt het heilsfeit van Hemelvaart achter ons en hebben we ook de komst van Gods genadige pinksterzegen mogen gedenken.Het was goed om velen van u te ontmoeten op woensdag 3 mei, jongstleden in de wijkzaal van de Pauluskerk. We hebben geluisterd naar een mooie meditatie van ds. M. Maas. En het was fijn, dat ook zijn echtgenote in ons midden was. Inmiddels ligt het heilsfeit van Hemelvaart achter ons en hebben we ook de komst van Gods genadige pinksterzegen mogen gedenken.

    Die pinksterzegen stond in het Oude Testament al voorzegd. De profeet Ezechiël bijvoorbeeld, zag in een visioen, hoe daar het water – dat is het symbool van het levendmakende werk van Gods Heilige Geest – vanuit de tempel stroomde. Ezechiël stond verbaasd. Het stroompje dat hij zag en dat hij volgde, werd almaar breder en dieper. Ja, Ezechiël moest dat niet enkel met zijn ogen zien. Hij moest dat ook ervaren, want de engel gaf hem de opdracht om in die stroom te gaan staan.

    Uiteindelijk wordt de stroom zo breed en zo diep, dat Ezechiël niet langer meer de bodem voelt, maar zwemmen moet.

    Met de komst van de Heere Jezus, met het kruiswerk dat Hij volbracht, heeft Hij de Heilige Geest verdiend. Om uit te delen. En op de pinksterdag is het dan zover. De Heere kiest het oude bekende oogstfeest uit om Zijn Geest uit te gieten in Jeruzalem. De grote oogst gaat beginnen: drieduizend mensen komen tot bekering.Met de komst van de Heere Jezus, met het kruiswerk dat Hij volbracht, heeft Hij de Heilige Geest verdiend. Om uit te delen. En op de pinksterdag is het dan zover. De Heere kiest het oude bekende oogstfeest uit om Zijn Geest uit te gieten in Jeruzalem. De grote oogst gaat beginnen: drieduizend mensen komen tot bekering.

    En… dat is nog maar het begin. De apostel Paulus zegt in de Romeinenbrief “wij die de eerstelingen des Geestes hebben”. Dat wil zeggen, dat het bij de eerstelingen niet blijft, maar dat de Geest steeds meer zal doorbreken in deze wereld. Immers, wij mogen het meemaken dat overal in deze wereld het Evangelie van de Gekruisigde wordt verkondigd. Gods belofte wordt vervuld. Wat een genade, dat de Heere Jezus niet alleen de prijs betaalt, door te lijden en te sterven aan het kruis van Golgotha, maar ook het geloof schenkt. Door het wederbarende werk van de Heilige Geest, worden mensen tot het geloof gebracht, tot bekering geleid en belijden ze hun schuld: “wat zullen we doen, mannenbroeders…?” Wat een genade, dat de Heere Jezus door het zenden van Zijn Heilige Geest, ons mede te hulp komt. Immers, wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het betaamt, maar de Geest bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

    Dan mag u de Heere aan uw kant weten. Wanneer ontdek je dat? Op het moment dat je je handen vouwt en je knieën buigt. Op het moment dat je in gebed tot de Heere vlucht. Dan mag je ervaren: het zijn niet mijn woorden, maar Zijn woorden. Net als Ezechiël. Hij ervoer de reikwijdte en de diepte van de stroom, niet alleen door er naar te kijken, maar door er in overeenstemming met het bevel van de engel in te gaan staan.

    Blijf daarom niet op afstand staan. Hoor het Woord van God. Overdenk het. Maak het u eigen. En kom dan vervolgens met dat gehoorde Woord voor Zijn aangezicht. “Heere, hier staat het, doet u in mijn leven wat u beloofd hebt”. De stroom ontspringt aan het Vaderhart. Het komt vanuit de tempel, het Heilige der Heiligen. Gebrek en droogte, geestelijke leegte wordt door de Heere weggenomen in Zijn Zoon Jezus Christus, Die in het zenden van Zijn Geest alles heeft meegebracht. Soli Deo Gloria. God alleen de eer.


    Lezen: Ezechiël 47 : 1-12. 

    Zingen: Psalm 36: 2, 3. 

    Namens de Protestantse Contact Diensten de wijkkerkenradenvan de Augustijnenkerk en Pauluskerk,van harte Gods zegen toegewenst.

    Ds. G. van Wijk, juni 2017.

    Read more

  • God, de HEERE als zon!

    “Want God, de HEERE, is een zon...”

    Psalm 84: 12a.

    De dichter van Psalm 84 heeft het ook over de zon. Dat is apart! Is God voor hem een zon, zoals wij de zon als warmtebron ervaren en intens van kunnen genieten? Nee, want oosterlingen ervaren de zon anders dan westerlingen. Voor de dichter is de zon allereerst een hemellichaam. Door de Schepper gemaakt op de vierde scheppingsdag, aan de hemel gehangen en door Gods licht ons licht geeft. Hij weet dat vele oosterlingen de zon als god aanbidden, maar hij buigt zich neer voor God, Die de zon heeft gemaakt. Hij weet dat God de zon laat opgaan over bozen en goeden. Hij weet dat God elke morgen het licht aandoet en elke avond weer uitdoet. Is dat voor u een wonder? Blijft het ook bijzonder? Hebt u ontdekt, dat God via de zon, Zijn licht over uw leven laat vallen? Heeft u al gezien dat de schittering van de zon verwijst naar de grootheid van uw Schepper? Heeft u er al eens bij stil gestaan, dat u elke dag iets ziet van Gods heerlijkheid? Nee, we kunnen het volle licht van God niet verdragen, want wie zal God zien en leven!. Maar het blijft een wonder wanneer God elke dag opnieuw het licht aanknipt en via de zon Zijn licht laat vallen over ons leven, zodat we niet, hoewel verdiend, in duisternis hoeven te leven.

    De pelgrim weet ook, dat zonlicht onmisbaar is voor de groei van gewassen, maar dat zonlicht ook levensbedreigend kan zijn. Het zonlicht kan zeker in het zomerse middaguur gewassen en grassen laten verschroeien en mensen treffen met een zonnesteek. De pelgrim ervaart op z’n tocht naar Sion, dat de zon veel hitte geeft, hoe belangrijk schaduw is en hoe noodzakelijk water.
    Geestelijk gesproken kent hij God ook op die manier: wie zal bestaan in de hitte van Gods heiligheid, wie redt het dan zonder schaduw, wie blijft in leven zonder water? Niemand! Dat heeft hij geleerd in het voorhof, bij het grote brandofferaltaar, waar menig dier werd verbrand en het bloed werd opgevangen dat heen wees naar het Lam, dat eenmaal zichzelf zou offeren voor zijn zonden.

    Dat is eeuwen later ook gebeurd. De hitte van Gods gramschap over onze zonde en schuld trof het Lam van God. Hij heeft Zichzelf geofferd tot een verzoening over al onze zonden. Zo is God een Zon voor een ieder die zichzelf heeft leren kennen als een zondaar en bij het altaar van de verzoening heeft gezien wat er met z’n zonden is gebeurd: verzoend en vergeven. Daarom bent u toch zo blij met de bediening van de verzoening? Dat hebben we toch eens en steeds nodig? Maar er komt een dag dat het niet meer nodig is. Dat is de dag die wel zal beginnen, maar nimmer zal eindigen. Dan zal God alle gezaligden omringen met Zijn heerlijkheid. Dan is werkelijkheid wat Johannes schrijft:
    “Ik zag een tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam. En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp.” (HSV Openbaring 21: 22, 23.)
    Zult u er bij zijn? Het kan door het Licht dat de duisternis overwon. Amen

    Read more

  • Met vele gewisse kentekenen

    “Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen,
    veertig dagen lang, zijnde van hen gezien,
    en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.”
    Handelingen 1:3.

     

    Op Deo Volente woensdag 3 mei, hoop ik u samen met ds. M. Maas, opnieuw te mogen ontmoeten in de wijkzaal van de Pauluskerk. U bent daarvoor van harte uitgenodigd. We leven dan tussen Pasen en Pinksteren. Nadat de Heere Jezus gestorven en opgewekt, is Hij nog veertig dagen bij Zijn discipelen gebleven. Lukas, de evangelieschrijver en tegelijkertijd ook de schrijver van het bijbelboek Handelingen, schrijft dat de Heere Jezus Zich aan velen heeft vertoond.

    “met vele gewisse kentekenen,
    veertig dagen lang,
    zijnde van hen gezien,
    en sprekende van de dingen,
    die het Koninkrijk Gods aangaan.”

    Nee, de kerk gelooft niet enkel op grond van wat ze heeft gezien, maar vooral op grond van wat ze heeft gehoord. Toch wil de Heere ons in Zijn liefde tegemoet komen en gaat het in het Evangelie om de dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben. De apostel Johannes mag niet alleen oorgetuige zijn, maar mag zich ook ooggetuige weten. Hij schrijft namelijk in zijn Evangelie:

    “En die het gezien heeft,
    die heeft het getuigd,
    en zijn getuigenis is waarachtig;
    en hij weet, dat hij zegt, hetgeen waar is,
    opdat ook gij geloven moogt.”

    Veertig dagen bleef Jezus dus nog bij zijn discipelen. Veertig is in de bijbel altijd een bijzondere getal. Meestentijds symboliseert het een grote verandering, soms in de vorm van toerusting. Noach, met zijn gezin, bijvoorbeeld zat veertig dagen in de ark. Mozes moest veertig dagen op de berg doorbrengen alvorens hij de wet van God aan het volk kon overbrengen. De verspieders brachten veertig dagen door in het beloofde land. Goliath heeft het volk veertig dagen lang uitgedaagd, waardoor er bij David een grote verandering plaatsvond in zijn binnenste. Ook de stad Ninevé kreeg met een grote verandering te maken, ja zelfs met bekering, toen zij van God veertig dagen de tijd kreeg om zich tot God te wenden. Ook de Heere Jezus verbleef veertig dagen in de woestijn om Zich voor te bereiden op Zijn verlossingswerk. En hier lezen wij, dat de Heere Jezus veertig dagen de tijd neemt om Zijn kerk toe te rusten.

    Wat een trouwe zorg van de Zaligmaker. Immers, was het niet voldoende geweest, dat Hij uit de doden was opgestaan? De Heere had aan Zijn discipelen – zelfs aan de ongelovige Thomas – toch Zijn “gewisse kentekenen” laten zien? De Heere had tegen Thomas gezegd:

    “zie Mijn handen, en breng uw hand,
    en steek ze in Mijn zijde;
    en zijt niet ongelovig, maar gelovig.”

    Hij kwam door een gesloten deur. Hij openbaarde Zich bij de wonderbare visvangst. Hij is verschenen aan meer dan 500 broederen op eenmaal… “Vele gewisse kentekenen”. Iemand zegt: als ik nu een teken ontving, dan zou ik wel geloven. Geeft de Heere ook aan ons, vandaag, niet vele “gewisse kentekenen”. Het Evangelie is gepredikt in deze gehele wereld, zoals Jezus voorzegd had. De Heilige Geest is uitgestort, zoals Jezus beloofd had. Zijn gemeente wordt staande gehouden in de meest moeitevolle omstandigheden, omdat Hij gezegd heeft “ziet, Ik ben met ulieden al de dagen, tot aan de voleinding der wereld”. En ja, de oude Simeon in de tempel had gelijk:
    “Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.”

    Lezen: Handelingen 1:1-14
    Zingen: Psalm 86:6,9
    Namens de Protestantse Contact Dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk, van harte Gods zegen toegewenst.
    Ds. G. van Wijk, april 2017.

    Read more

  • Eén van u – Ik ben het toch niet?

    Eén van u – Ik ben het toch niet?

    “En als zij aanzaten en aten, zei Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat één van u, die met Mij eet, Mij zal verraden. En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?” Markus 14: 18,19.

     

    De voorbereidingen voor de Paschamaaltijd zijn getroffen. Het zal vast een mooie avond worden. Maar dit jaar verloopt de avond anders. Als Jezus met de twaalf aan het eten is, klinkt als een donderslag bij heldere hemel: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden. Wie rekent daar nu op? De sfeer is weg en de spanning is om te snijden.

    Nee, Jezus zegt niet: “Judas zal Mij verraden.”, maar: “Eén van jullie!” De discipelen worden bedroefd. Ze kijken niet naar Judas, ook niet naar elkaar, maar naar zichzelf. Allen zeggen heel persoonlijk tegen Jezus: “Ik ben het toch niet?” Heere, laat dat toch niet waar zijn. Bewaar me daar alstublieft voor. Want ik weet dat ik er niet te goed voor ben. Tenzij U me ervoor bewaart.

    Begrijpen we waarom de discipelen het niet aan elkaar vragen wie Jezus zal gaan verraden? Ze weten allemaal dat ze er niet te goed voor zijn. Daarom vragen ze het aan Jezus! Hij is de enige die het weet en de Enige die uitsluitsel kan geven. Hij is de Rots in de branding van angst en aanvechting.

    Denkt u al lezend: Hoe heb ik het met de discipelen? Ze zijn Jezus toch gevolgd? Dan kunnen ze Hem toch niet meer overleveren? Volgelingen blijven toch volgelingen? Vrienden worden toch geen verraders? Ach, ken liever uzelf. Als we in het lijdensevangelie terechtkomen, komen we erachter wie we zijn en hoe we in elkaar steken en er niet tegoed voor zijn om de Zoon des mensen te verraden. Is dat voor u herkenbaar? Al behoren we net als de discipelen tot de binnenste kring, is dat geen garantie dat we Hem niet meer kunnen verraden. Je kunt bij de kern van de gemeente horen. Dagelijks uit de Bijbel lezen. Wekelijks de prediking beluisteren. Maar denk nooit: “wie doet me wat!” Het heil is zeker, maar nooit vanzelfsprekend!

    We kunnen met onze vertwijfelde vraag twee dingen doen: bij onszelf blijven of naar Jezus gaan. Wat doet u? De discipelen stelden hun vraag aan Jezus en kwamen met hun angsten en aanvechtingen bij Hem. Alleen dan zijn we op het juiste adres. Heere, U weet alle dingen! U weet wat het Woord in m’n leven heeft uitgewerkt. U weet wat er in m’n hart leeft. U weet dat ik U liefheb. U laat me niet met twijfel en spanning achter. Want wie tot U komt, wordt door U niet hard afgewezen, maar vriendelijk ontvangen.

    Waarom zouden we met onze vraag tot de Heere Jezus gaan? Om van Hem te leren, dat zalig worden geen vanzelfsprekende zaak is, maar alleen genade. Zie Hem er eens op aan! Die om onze ziel te troosten, de schuld en zonde heeft weggedaan. Lof zij Christus. Nu en eeuwig.

    Namens de Protestantse Contact Dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
    ds. M. Maas, maart 2017.

    Read more

  • Dienen met barmhartigheid

    “Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.”
    Matthéüs 5:7

    Rondom het Heilig Avondmaal is ons “het ware geluk aangewezen”. Bij Wie vinden we dat echte geluk? We vinden dat echte geluk bij de Heere Jezus, waar wij zitten aan Zijn voeten, om naar Zijn stem te luisteren. Hij wijst ons de weg. In de Bergrede heeft de Heere Jezus voor ons een belangrijke Boodschap. Een Boodschap die vaak tegendraads is. Zijn Boodschap gaat vaak in tegen ons gevoel. Toch is Zijn Boodschap de Waarheid. En nu, deze Waarheid van Jezus maakt ons gelukkig. Althans, als wij die Waarheid volgen, ja, als wij Hem volgen.

    Wat zegt de Heere Jezus dan in de Bergrede? Ik vat het maar samen, met de woorden die hebben geklonken, rondom het Heilig Avondmaal. Zalig ben je, waar je komt in afhankelijkheid, waar je treurt over zondigheid, waar je zucht naar gerechtigheid, waar je leeft in zachtmoedigheid. Deze boodschap klinkt tegendraads. Want, zit er nu zoveel geluk in het afhankelijk zijn van een ander? En zijn treurende mensen nu gelukkig? Of, kom je met zachtmoedigheid in deze wereld nu zoveel verder? De Heere Jezus zegt: ja, zij zullen immers het aardrijk beërven.

    In deze wijkbrief wil ik met u een stapje verder gaan. Want ook het “dienen met barmhartigheid” kenmerkt de kinderen van God. Jezus zegt: “zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden”. Ja, die barmhartigheid kenmerkt Hem, Die ons deze boodschap voorhoudt.

    Bij God vinden wij de ware barmhartigheid, vinden wij de ware ontferming. Hij is “warm van hart” – barmhartig. Hij heeft een hart dat van liefde brandt. Dat geldt God de Vader. Vanwege Zijn barmhartigheid heeft Hij Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus afgestaan aan deze wereld, overgegeven en prijsgegeven aan de dood. Uit liefde voor gevallen zondaren. Vandaar dat de oude Zacharias zingt in zijn lofzang:
    “Nu toont Hij Zijn barmhartigheid,vanouds de vaderen toegezeid”.

    Maar op het aller-duidelijkst, vinden wij die barmhartigheid, bij God de Zoon. Toen Hij gehangen was aan het kruis van Golgotha, heeft Hij voor het volk gebeden: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen”. Toen de Heere Jezus, aan Paulus verscheen op weg naar Damascus, had Hij Paulus kunnen doden, maar in plaats daarvan heeft Hij Paulus in dienst genomen. Zodat deze apostel later zegt:
    “mij is barmhartigheid geschied…”.

    Vanwege deze barmhartigheid van Christus, zullen ook Gods kinderen barmhartig zijn naar anderen toe. Zij zullen immers gaan lijken op hun Meester? Jezus zegt: “hun zal barmhartigheid geschieden…”. In Christus en door Christus zult u een barmhartig God ontmoeten. Hij zal Zich over u een eeuwigheid lang ontfermen. Wat een heerlijk vooruitzicht.

    Nee, uit onszelf zijn we niet barmhartig. Uit onszelf ontfermen wij ons niet over een ander. Maar: “wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren”. Wat een machtige belofte, heeft de Heere Jezus, in al die zaligsprekingen aan Zijn kerk nagelaten. En wat een heerlijk voorbeeld, heeft de Heere Jezus, ons vanuit Zijn leven gegeven. Ja, nog meer: wat een heerlijke vervulling, hebben wij, vanuit Zijn leven ontvangen. Want in al die zaligsprekingen is Hij ons voorgegaan. Waar het ons aan barmhartigheid ontbreekt, kunnen wij het van Hem leren. Ja, ontvangen. Gratis en voor niets. Dat is Evangelie.

    Lezen: Matthéüs 5:1-12.
    Zingen: Psalm 86:3,8.

    Namens de Protestantse Contact Dienst

    en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
    van harte Gods zegen toegewenst.
    Ds. G. van Wijk, februari 2017

    Read more

  • Zacharia's lofzang

    “Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner zonden. Door de innerlijke bewegingen
    der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft, de Opgang uit de hoogte. Om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes.”
    Lukas 1:77-79

    Hebt u het wel eens meegemaakt, dat u geen woord meer uit kon brengen? Soms wordt mij verteld: we moesten bij de dokter komen. Kort en bondig werd ons de stand van zaken meegedeeld: “Meneer, mevrouw, helaas, we kunnen niets meer voor u doen…”. Ik herinner me die alleenstaande man. Na een dergelijk bericht vertelde hij met tranen in zijn ogen: “nou, dan heb je geen praatjes meer, hoor, dominee”. Verstomd ben je dan, sprakeloos, lamgeslagen.

    Sprakeloosheid kan ons ook overvallen waar we met een ongedacht grote zegen te maken krijgen, of met iets dat onze stoutste verwachtingen overtreft. De koningin van Scheba zag de rijkdom van Salomo en hoorde zijn wijsheid. Sprakeloos was zij. “Er was geen geest meer in haar”, zo staat er in onze Bijbel.

    Zacharias is oud geworden. Jarenlang heeft hij samen met zijn vrouw Elizabet op de kinderzegen gewacht. Maar alle hoop en verwachting is vervlogen. Ze bidden er samen ook niet meer om. Immers, in het bidden moet een mens wel reëel blijven, toch…?

    Geliefde lezer en lezeres: daar denkt de Heere nu heel anders over. Want nu gaat de Heere, dwars door alle onmogelijkheden heen, de wegbereider van de Heere Jezus geven: Johannes de Doper. Dit oude priestergezin mag de bedding worden voor de kleine Johannes. Straks mag die oude grijsaard, samen met de kleine Johannes, de Schriften en de boekrollen van de profeten spellen. Om hem bekwaam te maken voor zijn toekomstige taak.

    Maar zover is Zacharias helemaal niet. De engel Gabriël verschijnt aan hem. Maar in plaats dat Zacharias met stomheid is geslagen over deze wonderlijke boodschap, komt hij met een tegenwerping: “Ja, maar…”. Zacharias praat voor zijn beurt. Dat doen wij mensen vaker. Wij laten de boodschap van God zo slecht doordringen in ons hart. Wij laten de engel niet uitspreken. We weten het al. Maar de engel brengt Zacharias tot zwijgen. Het wordt een zwijgen van negen maanden.

    Maar dan wordt de kleine Johannes geboren. En dan gaat Zacharias spreken. Spreken als nooit tevoren. Ja, hij gaat zelfs een profetie uitspreken. Hij gaat een lofzang uitzingen. Het is door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, dat Hij naar ons heeft omgezien. Dat Hij Zijn genade bewijst. Onbegrijpelijk.

    Zacharias zingt: God wil ons, die gevangen zitten in de schaduw van de dood, eeuwige vrijspraak geven. De Heere wil ons, wiens voeten snel zijn om bloed te vergieten, eeuwige vrede schenken. God heeft medelijden met ons, Hij heeft Zich over ons heen gebogen.

    Het is mijn wens en gebed, dat u in deze adventsweken op verschillende ogenblikken ook “even stil valt…”. Van verwondering. “Heere, wat is het, dat U naar mij hebt willen omzien”. Maar ook dit: Zacharias zegt “God geeft Zijn volk kennis der zaligheid, in de vergeving hunner zonden”. Bent u om die reden ook wel eens stil geworden, beschaamd, misschien zelfs wel?

    Op de kerstfeestmiddag van 15 december mag u daar meer van horen. Ik zie er naar uit u te ontmoeten! Gezegende dagen toegewenst!

    Lezen: Lukas 1:57-80
    Zingen: de lofzang van Zacharias:4,5


    Namens de Protestantse Contact Dienst
    en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
    van harte Gods zegen toegewenst.
    Ds. G. van Wijk, december 2016.

    Read more

Inloggen

Registreren