• 08

Meditaties

  • Ziekenbezoek

    “ De HEERE zal hem ondersteunen op het ziekbed; in zijn ziekte verandert Gij zijn ganse leger,”
    Psalm 41: 4.

    Als u ziek bent en men vereert u met een bezoek, dan is dat fijn. U zult maar in het ziekenhuis liggen of thuis (al heel lang) ziek zijn. Dat valt vaak niet mee. Iedereen wil gezond zijn en uit de voeten kunnen. Het ziekbed kan ook het sterfbed worden. De vijand, de dood, die niet te verslaan is, slaat toe. En dan volgt de Godontmoeting. Zou het voor u kunnen?
    Hebt u de Zaligmaker voor uw zonden gevonden? Als dat niet het geval is, dan is het genade als de Heere nog een ziekbed geeft, opdat u genade in Gods ogen zou vinden. Wat groot als de Heere op bezoek komt en als het ware zegt: kunnen wij nu eens even met elkaar praten? Als de Heere overkomt met Zijn liefde en genade, kan dat zo overstelpend zijn, dat u voor een ogenblik vergeet dat u ziek bent of pijn lijdt.

    In Psalm 41 krijgt de dichter ook bezoek. De bezoeker vleit met mooie woorden, maar hoopt eigenlijk dat het zijn dood wordt. Hoe anders is het met de Hemelse be¬zoeker. Hij heeft geen lust in de dood van de goddeloze. Integendeel. Wat een wonder dat een zondig mens nog ‘bezoek’ krijgt.
    ‘Heere, dat U mij opzoekt, begrijp ik niet, want dat heb ik niet verdiend.’ Wat een rijkdom om alle zonden en schulden voor de Heere te belijden. Om voor het eerst of opnieuw te geloven, dat er een Zaligmaker is, voor zondaren die alle ziekten en zonden gedragen heeft. Wat een wonder om de werking van de Heilige Geest te ervaren. Die het uit Christus neemt en het medicijn legt in de wond van uw leven. Zalig bezoek. Je bent blij met bezoek van familie, maar ook dat het bezoekuur weer voorbij is. Want er gaat niets boven het bezoek van de Heere! ‘Heere, het was net zo goed om dicht bij U te zijn, kom nog eens terug met Uw genade en liefde, doe me nog eens ervaren wat ik zo vaak gedachteloos zong: “Wien heb ik nevens U omhoog? Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog, Op aarde (ziekbed) nevens U toch lusten?” (psalm 73:13 berijmd). Want, dan is er niets meer, behalve de Heere.

    Wat een weldaad om zó uit het (zieken)huis te mogen komen. Waar de reis ook heen gaat, dan is het goed. Het reisdoel is via het kruis naar het Vaderhuis. Dat Vaderhuis wordt vol. Daar zal niemand meer zeggen: ik ben ziek. Dat is het doel van dit hemelse bezoek. Hebt u zo al eens bezoek gehad?
    “Geloofd zij God Die Zijn genade.
    Aan mij heeft groot gemaakt.
    Die voor mijn welstand waakt!
    Zijn oog slaat mij in liefde gade.
    Hij wil mij heil bereiden.
    Mij in een vesting leiden.”
    (psalm 31:17 berijmd)

    Lezen: Psalm 41.
    Zingen: Psalm 31: 15 en 17.

    Namens de protestantse contact dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk, ds. M. Maas, juni 2018.

    Read more

  • Bidt u wel?

    “En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet en niet vertragen;”
    Lukas 18:1.

    Bidt u wel? Geachte lezer, dat is de titel van een bekend boekje van de anglicaanse bisschop Ryle, een groot Engels prediker uit de 19e eeuw. Dat boekje, bevat een krachtige oproep tot gebed. Ik kan het u van harte aanbevelen, dat boekje eens te lezen. Voornamelijk in de opening komt hij met zijn krachtig appèl. Hij schrijft:

    “Ik heb een vraag aan u. Die vraag bestaat maar uit drie woorden: bidt u wel? Het is een vraag die alleen u kunt beantwoorden. Of u wel of niet in de kerk komt, weet uw predikant. Of u in uw huis, in uw gezin, wel of niet bidt, weten uw familieleden. Maar of u ook persoonlijk bidt, dat is een zaak tussen God en u. Ik smeek u dringend aandacht te besteden aan het onderwerp dat ik hier aansnijd. Zeg niet dat mijn vraag te intiem is. Als uw hart recht is voor God, heeft deze vraag niets vreeswekkends. Ontwijk mijn vraag niet door te zeggen: dat u regelmatig uw handen vouwt, uw ogen sluit, en uw gebeden opzegt. Gebeden opzeggen, is nog iets anders dan waarlijk bidden.” En dan komt Ryle met een bijzonder scherpe uitspraak:
    “Ik vraag u of u bidt,
    omdat het gebed absoluut noodzakelijk is
    voor het behoud van de mens.”

    En even verderop, opnieuw heel scherp en stellig:
    “Ik vraag u opnieuw of u bidt,
    omdat de gewoonte van bidden
    één van de zekerste kentekenen is
    van een waar christen.”

    Dit onderwijs aangaande het gebed heeft bisschop Ryle regelrecht aan de Bijbel zelf ontleend. De Heere Jezus spreekt over het belang van de vertrouwelijke omgang met de Heere God. Bijvoorbeeld in Lukas 18:1.

    De weduwe in de gelijkenis komt maar met één verzoek:
    “Doe mij recht tegenover mijn wederpartij.”(vers 3b).
    De kracht van dat verzoek ligt niet zozeer in haar bede zelf. Nee, het is maar een eenvoudig zinnetje. Ook niet in haar maatschappelijke status. Nee, want ze was maar een arme weduwe. De kracht echter ligt in haar volharding. Elke dag opnieuw klopt ze bij de onrechtvaardige rechter aan. En elke dag herhaalt ze haar verzoek:
    “Doe mij recht tegenover mijn wederpartij.”

    De rechter die niet van plan was om zich over haar zaak te buigen, gaat toch overstag. Hij zegt:
    “Hoewel ik God niet vrees
    en geen mens ontzie,
    Nochtans omdat deze weduwe
    mij moeilijk valt,
    zo zal ik haar recht doen,
    opdat zij niet eindelijk kome
    en mij het hoofd breke.” (vers 4b,5).

    Die onrechtvaardige rechter wil er vanaf. Die vrouw wordt hem te lastig. Daarom zegt de Heere Jezus:
    “Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen,
    die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen?”(vers 7).

    Wat een moedgevende boodschap is dat. De Heere Jezus Zelf roept ons ertoe op om altijd te bidden en niet te vertragen. Bid u wel? Dat is de vraag van bisschop Ryle. Of anders gezegd: kent u een biddend leven. Als u niet bidt, kunt u er vandaag mee beginnen. Bid maar in Zijn Naam, de grote Voorbidder, Die het gezegd heeft:
    “Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt. Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort;” (Joh 11:41b,42a).
    Lezen: Lukas 18:1-8.
    Zingen: Psalm 123:1.
    Van harte Gods zegen toegewenst.
    Ds. G. van Wijk, mei 2018.

    Read more

  • Zoek wat boven is!

    “Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods,” Kolossenzen 3: 1.

    Paulus herinnert de Kolossensen aan het feit, dat ze met Christus zijn gestorven aan hun oude bestaan en met Hem opgestaan in een nieuw leven. Met minder kan het niet en mooier is niet denkbaar. Wie Christus heeft leren kennen, kan het hier beneden in de zonde niet meer uithouden, maar gaat z’n heil hogerop zoeken. Herkenbaar? Daarom schrijft Paulus: “Indien u met Christus opgewekt bent.” Letterlijk staat er in het Grieks: Omdat u met Christus bent opgewekt. Juist omdat er zo’n grote wissel is omgegaan, roept Paulus met klem op daar ook naar te leven. Vandaar dit appél! Paulus herinnert de Kolossensen aan het feit, dat ze met Christus zijn gestorven aan hun oude bestaan en met Hem opgestaan in een nieuw leven. Met minder kan het niet en mooier is niet denkbaar. Wie Christus heeft leren kennen, kan het hier beneden in de zonde niet meer uithouden, maar gaat z’n heil hogerop zoeken. Herkenbaar? Daarom schrijft Paulus: “Indien u met Christus opgewekt bent.” Letterlijk staat er in het Grieks: Omdat u met Christus bent opgewekt. Juist omdat er zo’n grote wissel is omgegaan, roept Paulus met klem op daar ook naar te leven. Vandaar dit appél! 

    De apostel bedient zich in de tekst van uitdrukkingen, die men in Kolosse regelmatig hoorde van deze en gene mystieke hoogvlieger. Paulus sluit daarbij aan, maar maakt wel z’n eigen punt, namelijk: “Zo zoekt de dingen die boven zijn.” Hij voegt er wel een waarschuwing aan toe! Men moet zich niet concentreren op een zweverig gevoel, maar zich richten op Jezus Christus. In Hem is hun leven verborgen in God. 

    Richt u daarom op Hem. Leef bij Zijn woorden. Gehoorzaam Zijn aanwijzingen. Laat u zich niet leiden door wat mensen van de Bijbel vinden, maar richt u zich voortdurend op Jezus Christus. Laat uw levensgang door Hem bepalen. Die gang heeft niets van een zweefbaan. Het is een gang met beide benen op de grond. Het is een leven bij Gods geboden. Het is denken aan Gods beloften. 

    Paulus weet dat het niet vanzelf gaat. Herkent u dat ook? Er is in ons leven vaak zoveel waardoor we naar beneden worden getrokken. Boosheid. Bitterheid. Bedrog. Onreinheid. Ongeloof. Oppervlakkigheid. Het zijn de zaken die horen bij het oude leven, toch? Maar dat leven is op Goede Vrijdag begraven en op Pasen in het graf achtergebleven. Vandaar Paulus’ appél: “Zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is.” Kijk, Christus zit klaar om u te helpen en steekt Zijn handen al naar u uit. Hij helpt om afstand te nemen van het oude leven en te oefenen in het nieuwe. Blijf daarom niet zien op het oude leven, maar zie op Hem.Iemand zei eens: “Heere, of ik gezondigd heb of goed heb gedaan, ik weet het vaak niet eens; maar alles wat ik nodig heb om getroost te leven en eenmaal zalig te sterven vind ik in Hem; Hij is m’n Eén en m’n al.” Is het u uit het hart gegrepen? Wat bent u dan gelukkig! Maar als u het leven met Christus nog niet kent, spoor ik u aan om Hem te zoeken. En de Heere zegt: “Wie Mij vindt, vindt het leven!” Amen.

    Lezen: Kolossenzen 3: 1 t/m 17.

    Zingen: Psalm 105: 2 en 3.

    Gods zegen toegewenst!Namens de protestantse contact dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk, ds. M. Maas, april 2018.

    Read more

  • Jezus in Gethsémané

    “En Hij begon droevig en zeer beangst te worden…”Matthéüs 26:37b

    Hebt u dat weleens gehad? Er lag een operatie in het vooruitzicht. Er was geen ontkomen aan. Medicatie was niet langer afdoende. Wat zag u er tegenop. Maar er was nog iets anders dat er gebeurde. De Heere maakte dat u kwam tot “overgave”. In uw gebed zei u tot de Heere: “Heere, doet U maar wat goed is in Uw ogen…”. “Heere, ik vertrouw mij helemaal aan U toe…”. En het bijzondere was: een rust daalde neer in uw ziel. De Heere was erbij en u mocht ervaren: dat er geen haar van het hoofd zou kunnen vallen, zonder de wil van de hemelse Vader.Hebt u dat weleens gehad? Er lag een operatie in het vooruitzicht. Er was geen ontkomen aan. Medicatie was niet langer afdoende. Wat zag u er tegenop. Maar er was nog iets anders dat er gebeurde. De Heere maakte dat u kwam tot “overgave”. In uw gebed zei u tot de Heere: “Heere, doet U maar wat goed is in Uw ogen…”. “Heere, ik vertrouw mij helemaal aan U toe…”. En het bijzondere was: een rust daalde neer in uw ziel. De Heere was erbij en u mocht ervaren: dat er geen haar van het hoofd zou kunnen vallen, zonder de wil van de hemelse Vader.

    Veel meer nog en veel dieper, kwam de Heere Jezus tot overgave… Oh, wat zag Hij er tegenop… Zijn lijden en sterven is met geen enkele aardse nood te vergelijken. Maar wat doet de Heere Jezus? Hij gaat in gebed. “Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan.” Maar dan ook die overgave “niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt…”.

    Deze “overgave” was niet alleen een daad van genade voor de Heere Jezus zelf. Zodat Hij Zich gesteund wist, door de Vader, in de lijdensweg die Hem wachtte…. Maar deze “overgave”, is met name ook een daad van genade, jegens al Zijn kinderen. Want nu Hij tot overgave komt, nu Hij de weg van het lijden aanvaardt, is er voor de gelovigen eeuwige uitkomst en een eeuwige toekomst. Jezus krijgt kracht om - de kruisweg - te gaan. Om het offer van Zijn leven te brengen. Daarom is er voor een kind van God, ondanks alle moeiten, zorg, ontluistering en pijn toch een eeuwig uitzien.

    Guido de Brès heeft dat prachtig verwoord in artikel 21, van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij vinden allerlei vertroosting in Zijn wonden…”. Ja, zelfs Zijn zweet werd tot grote druppels bloed, toen de Heere Jezus daar in Gethsémané in gebedsstrijd met Zijn God verwikkeld was. Zie op dat bloed. Zie op die wonden. Zie op Zijn benauwdheid. “Hij begon droevig en zeer beangst te worden…”. En dat alles om in de plaats te kunnen gaan staan van zondaren. Ons onrecht, ons bloedvergieten, onze zonden, moet met de zwaarst mogelijke straf gestraft worden. De Schrift zegt: oog om oog, tand om tand. Ons bloed wordt geëist, waar wij het bloed van anderen genomen hebben.

    Maar zie eens: God neemt het bloed aan van Zijn bloedeigen Zoon! Bloed dat reinigt van alle zonden. De Heere Jezus heeft daar Zelf over gesproken: “Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven”. Zo wilde Hij gaan staan op de plaats waar u had moeten staan. Hem troffen de slagen die u en ik hadden verdiend.

    Mag u daar bij leven? Zie Hem daar eens kruipen in de hof. “Daar de angst der hel Hem alle troost deed missen…”. Hoe kan een mens verlamd raken door de gedachte aan wat komen gaat: een operatie, de uitslag uit het ziekenhuis… Ja, dat is ook aangrijpend. Het gaat immers om je leven. Maar, zie dan toch verder. Hij heeft immers met Zijn bloed de deur geopend voor al degenen die op Hem vertrouwen, die met Hem leven. Zie dan op Zijn wonden. Dat wil zeggen: zie op Zijn liefde. Hij kijkt u vriendelijk aan, biedt u Zijn doorboorde liefdeshand aan en zegt: “dit deed Ik voor u”. Geef er eens antwoord op: heeft die liefde van Hem uw hart al verbroken? Heeft het u gebracht tot “overgave”. Nee, die overgave had de Heere Jezus ook niet van Zichzelf. Immers, in Zijn gebedsstrijd, heeft Hij een beroep gedaan op Zijn hemelse Vader. Wat een voorbeeld voor ons. Immers, Hij heeft de weg gebaand naar het Vaderhart. 

    Lezen: Matthéüs 26:36-46. 

    Zingen: Psalm 42:2,4.

    Van harte Gods zegen toegewenst.Ook namens de PCD en de wijkkerkenraden 2 en 7, Dordrecht.

    Ds. G. van Wijk, maart 2018

    Read more

  • Niet bekeken, maar gezien!

    “En voorbijgaande zag Hij iemand die blind was van de geboorte af,”
    Johannes 9: 1.

    We kennen de geschiedenis van de blindgeborene. Hij begint de dag blind, maar aan het einde van de dag, kan hij zien. Hij dankt het wonder aan Jezus. Voor ons, is het eigenlijke wonder in dit verhaal, dat die blinde man mag zien. Dat hij zijn ogen uitlaat, zoals wij een hond uitlaten, wild van verwachting. Maar het wonder begint al, als hij wordt gezien. Terwijl Jezus voorbij gaat, ziet Hij deze ene man. Voor Hem zijn er niet duizenden zieken. Nee, er is er één, en nog één, en nog één.

    Voor de discipelen, is die man een geval. Ze praten over hem, waar hij zelf bij staat. Men doet alsof die blinde ook nog doof is. Er zijn artsen die over een patiënt smoezen alsof hij al bijna is overleden. Voordat de zieke zelf z’n mond heeft opengedaan, is de diagnose al min of meer vastgesteld. Hij wordt niet echt gezien, maar wordt wat bekeken. Is dat niet één van de grote problemen in onze samenleving? Wij worden niet echt gezien, maar op z’n hoogst bekeken. Ze zien ons aan de balie. Weer een patiënt, oudere, eenzame, vluchteling, werkloze. Maar een mens wil gezien worden. Maar ongezien, zijn er heel wat mensen, die overwegen om de handdoek in de ring te gooien. Aangrijpend!

    Maar in het voorbijgaan zag Jezus een mens. Dáár begint al de genezing. Wij willen de ander liever niet zien. Hebt u al lopend op straat gemerkt, dat we elkaar liever niet in de ogen kijken? We lopen langs elkaar. We vinden eenzaamheid vreselijk, maar verdedigen ons toch tegen inmenging van buiten. Want, o wee, als een ander ons aanspreekt. Wat, als een ander z’n hart lucht. Alleen daarom is menigeen heel blij met z’n smartphone (mobiele telefoon). Maar Jezus ziet ons. Zeker, Hij heeft genoeg aan Zijn hoofd en er gaat genoeg om in Zijn hart. Bovendien is het voorbijgaan, voor Hem tevens opgaan naar Jeruzalem, naar Golgotha, naar de plaats van het gericht. Maar voor Jezus is het zien van een mens, nu juist hetzelfde als vragen wat eraan scheelt. Bent u Jezus in uw leven reeds tegengekomen? En hoe liep dat af? Om nooit te vergeten?
    “Gij hebt mijn weeklacht en geschrei. Veranderd in een blijde rei. Mijn zak ontbonden en mij weer. Met vreugd omgord, opdat mijn eer. Niet zwijg, zo klimt Uw lof naar boven. Mijn God, U zal ik eeuwig loven!” Ps.30:8. Is dit vers, u uit het hart gegrepen? U dankt het aan Jezus! Het zien van Jezus zult u iedereen gunnen en Hij wil Zijn ogen iedereen geven!
    Lezen: Johannes 9: 1 – 25.
    Zingen: Psalm 146: 6 en 7.

    Namens de Protestantse Contact Dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
    ds. M. Maas, februari 2018.

    Read more

  • Hersteld, om God te loven

    “En zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere”.
    Markus 3:5b

    In de afgelopen periode, hebben wij als gemeente mogen nadenken, over de lofzangen rondom de geboorte van de Heere Jezus. Allereerst was het Elizabet, die haar lofzang aanhief. Meteen gevolgd – misschien zelfs wel onderbroken – door de lofzang van Maria. Ook Zacharias heeft zijn lof aan God gebracht. En weer iets later, daar in de velden van Efratha, waren het de engelen die het “ere zij God” hebben aangeheven. Tenslotte hebben we op de nieuwjaarsavond nagedacht over de Lofzang van Simeon. “Mijn ogen hebben Uw zaligheid – Uw Zaligmaker – gezien”.

    Bent u, in deze lofzang inmiddels zelf ook meegenomen? Daartoe, is een mens immers door God op aarde geplaatst? Johannes Calvijn – de grote theoloog – heeft het doel van ons bestaan samengevat, in die ene regel: “wij zijn geschapen en bedoeld tot eer van Gods Naam”.

    Ik vertel u niets nieuws, als ik u zeg, dat wij de eer van Zijn Naam niet hebben vergroot. Integendeel, ons bestaan is tot oneer van God geworden. We zien dat in allerlei toonaarden om ons heen en in het midden van de wereld. Gods Naam wordt openlijk gelasterd, de zonde viert hoogtij. De mens staat op tegen zijn naaste… Enzovoorts…

    Toch kan de eer van Gods Naam, alsnog gestalte krijgen in deze wereld. Hoe dan? Door de Heere Jezus Christus, Gods Eniggeboren Zoon. Hij is het immers, Die niets anders bedoeld heeft, dan de wil van Zijn Vader te doen. Die wil van de Vader, heeft Hij gestalte gegeven tot het bittere einde. Tot op het kruis. Daar komt God alsnog tot Zijn eer, waar u buigt en uw zonden en schuld brengt bij het kruis. Daar gaat de belijdenis van zonden en schuld, hand in hand met de lofzang. Daar zijn tranen van schuldbesef en van berouw, ineens zomaar ook tranen van vreugde en van verwondering.

    “Heere, wat is het, dat Gij mij hebt aangezien”.

    Want dat is nu het werk van de Heere Jezus ten voeten uit. De Heere Jezus wil, dat u opnieuw aan Gods doel zult beantwoorden. Dat u een Godlover zult zijn. Dat u verbroken zou worden, onder zoveel liefde van Zijn kant.

     In onze tekst lijkt het er echter niet van te komen. Integendeel. Als de mensen zien hoe de Heere Jezus een gehandicapte man – een man met een stramme hand – op de sabbat geneest, zijn zij in alle staten. De Farizeeën smeden hier al het plan, samen met de Herodianen, om de Heere Jezus te doden…

    En dat, terwijl de Heere Jezus met de genezing van die gehandicapte man, ons juist wil laten zien waartoe Hij kwam. Hij is immers de grote Heelmaker, de Heiland, de grote Hersteller.

    Blijkbaar zit de zonde in ons bestaan zo diep, dat zelfs, als de Heere komt met Zijn heil, velen het verre van zich werpen. Dat zien we in de wereld om ons heen. De één haalt er zijn schouders over op, een volgende spot met de Boodschap van vrije genade, een derde wil die Boodschap zo snel mogelijk de mond snoeren, zoals hier in onze tekst.

    Mag ik u eens vragen, heeft het heil van de Heere, u ook al een lofzang in het hart gegeven? Zie op de Heere Jezus Christus, Gods antwoord op ons verzet, onze zonden en ongeloof. Er staat in onze tekst:
    “En zijn hand werd hersteld,
    gezond gelijk de andere.”

    Dit herstel is bij Hem te verkrijgen. Totaal herstel, naar lichaam en naar ziel. Waar Hij Zijn leven heeft laten verbreken.
    “Komt, verwondert u hier mensen.”

    Lezen: Markus 3:1-6.
    Zingen: Psalm 145:4.

    Namens de Protestantse Contact Dienst en de kerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk.

    Van harte een gezegend Nieuwjaar toegewenst.
    Ds. G. van Wijk, januari 2018.

    Read more

  • Een echtpaar om jaloers op te zijn!

    “In de dagen van Heródes, de koning van Judéa, was een zeker priester, met name
    Zacharías, van de dagorde van Abía; en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron
    en haar naam Elizabeth. En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelend in
    al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk,”
    Lukas 1: 5 – 6.

    U kent Zacharias en Elizabeth wel. Ze zijn beiden al behoorlijk op leeftijd gekomen. Waarom haalt Lukas hen voor het voetlicht? Omdat de Heere via hen de draad van Zijn genade en liefde vastpakt en doortrekt. Om via hen Zijn volk én de volkeren te zegenen met de Zaligmaker. Opdat ons leven niet in de duisternis zal blijven steken, maar wordt beschenen met de Opgang uit de hoogte. Zacharias betekent: de HEERE gedenkt. De lang beloofde Davids Zoon zal geboren worden. Dan Elizabeth. Haar naam betekent: de HEERE is getrouw. Hun namen zijn twee preken op zich!

    Van dit echtpaar vertelt Lukas een paar mooie dingen. Zij waren beiden rechtvaardig voor God. Niet zondermeer, maar voor Gód. Ze wáren niet alleen rechtvaardig, maar lééfden ook rechtvaardig. Let op het woordje ‘beiden’. Niet de één wel en de ander niet, maar allebei! Wat een huwelijk! Wat een voorbeeld! Wat een zegen als u zo’n huwelijk hebt. Wat een pijn wanneer u zo’n huwelijk had. Wat een verdriet als uw dierbare is overleden.

    Het feit dat Zacharias en Elizabeth rechtvaardig waren voor God betekende niet dat ze zondeloos waren. In de beste huwelijken is wel eens wat. Het waren wat dat betreft Adamskinderen, maar ook Abrahamskinderen. Van Abraham staat geschreven: En Abraham geloofde in de HEERE en Hij rekende het hem tot gerechtigheid. In dat wonder mochten ook Zacharias en Elizabeth delen.

    Maar het woordje rechtvaardig betekent ook, dat het betrouwbare mensen waren. Je kon op hen aan. Je wist wat je er aan had. Het waren mensen die vasthielden aan het Woord en trouw bleven aan de dienst van God en gehoorzaam leefden naar alle geboden van God. Ze waren onberispelijk. Er was niets op hen aan te merken. Om door een ringetje te halen! Zeg eens eerlijk: kan dat ook van u worden gezegd? Wat toen kon, kan vandaag ook! Weet u wel dat verschillende jonge mensen behoefte hebben aan mensen zoals Zacharias en Elizabeth? Hopelijk bent u, als oudere een voorbeeld voor onze jongeren! Laat het maar horen met woorden en zien met daden. Wijs hen vooral op de grote Davids Zoon. Hij is ons aller voorbeeld! Van jongs af aan had Hij God, Gods gebod, Gods dag en dienst van harte lief!

    We leven in de adventsweken, waarin we Zijn eerste komst gedenken en naar Zijn tweede komst uitzien. Als Hij komt, hoe zal Hij ons aantreffen? God geve dat we allen leven zoals Zacharias en Elizabeth. God heeft dat toen gezegend, maar zegent dat vandaag nog!

    Lezen: Lukas 1: 5 t/m 25, 57 t/m 80.
    Zingen:Lofzang van Zacharias (enige gezangen 3 of C): 1 t/m 5.

    Namens de protestantse contact dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
    ds. M. Maas, december 2017.

    Read more

  • Behouden door het geloof

    “Door het geloof heeft Noach, […] de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; […]
    en is geworden een erfgenaam der rechtvaardigheid, die naar het geloof is.”
    Hebreeën 11:7.

    Op dinsdag 31 oktober 2017, heeft de Protestantse Kerk stilgestaan bij het feit dat er 500 jaar geleden een Reformatiebeweging op gang kwam in Europa. Wij herdenken het feit dat Maarten Luther zijn 95 stellingen wereldkundig maakte. De Reformatiebeweging, die dat met zich meegebracht heeft, is de kerk tot grote zegen geweest. Immers, de leer van de rooms-katholieke kerk, zorgde voor veel angst en onzekerheid bij de gelovigen. Volgens de leer van de rooms-katholieke kerk zou onze zaligheid niet alleen afhangen van het werk van Christus, maar ook nog van het werk van heiligen en – heel belangrijk – onze eigen werken. De zogenaamde “goede werken”. In dat laatste onderdeel schuilde de angst en de onzekerheid. Want: waren mijn goede werken wel voldoende voor God? En… kun je dat ooit wel te weten komen? Daarom bleef een rooms-katholiek altijd in onzekerheid en in angst leven.

    Maarten Luther echter heeft na de bestudering van de Romeinenbrief ontdekt, dat de zaligheid staat of valt, met het geloof in de Heere Jezus. Het geloof in de Heere Jezus Christus, wordt ons tot rechtvaardigheid gerekend. Als wij op de Heere Jezus vertrouwen en met de Heere Jezus leven, komen bovendien de goede werken als vanzelf naar voren. Als een vrucht van ons leven met Hem. En omdat het werk van de Heere Jezus vol en volmaakt is, mag er zekerheid zijn ten aanzien van onze eeuwige bestemming. We hoeven niet in angst te verkeren. Want het geloof – hoe klein en bestreden soms ook – wordt ons tot rechtvaardigheid gerekend.

    We zien dat duidelijk in Hebreeën 11. Het is een terugkerend refrein in dat hoofdstuk. “Door het geloof…”. Door het geloof komen grote dingen tot stand. Door het geloof, wordt het heil verkregen. Wilt u daar een voorbeeld van? Kijk in het leven van Noach. Hoe werd hij met zijn gezin behouden? U zegt: door het schip dat hij bouwen moest. Jazeker, u hebt gelijk. Toch moet u met uw antwoord nog ietsje verder teruggaan. Waar begon het mee? Hier begon het: Noach geloofde God op Zijn Woord. God gaf Noach een waarschuwing. God gaf hem een opdracht. En Noach heeft in de weg van geloofsgehoorzaamheid, op aanwijzing van de Heere, de ark toebereid.

    Zo kunnen ook wij gered worden. Door in de weg van geloofsgehoorzaamheid, op aanwijzing van de Heere, onze toevlucht te nemen tot de ark van het behoud. Deze ark hoeven wij niet te bouwen. Deze ark heeft God bereid gemaakt. Dat toevluchtsoord hebben we ontvangen in het werk van de Zaligmaker, de Heere Jezus Christus.

    De deur van deze Ark staat wagenwijd open. En de Heere Jezus heeft gezegd:
    “die tot Mij komt,
    zal Ik geenszins uitwerpen.” Joh 6:37b.

    Nu kunnen wij zeggen: ik stel het komen tot de Zaligmaker liever nog maar even uit. Dat is levensgevaarlijk. Vele mensen hebben hun toevlucht tot die ark niet genomen. Misschien waren er wel een aantal mensen bij, die het later van plan waren. Maar ja, dat “later”, bleek uiteindelijk “te laat” te zijn.

    Hoe nodig is het om vandaag, je toevlucht te nemen in geloof tot de Heere Jezus. Dan heb je een volkomen zaligheid. Een zaligheid die niet afhankelijk is van je goede werken, maar van Zijn volbrachte werk. Wat een heerlijke boodschap. De verlossing steunt voor honderd procent op het werk van de Zaligmaker! Daarin ligt mijn zekerheid!

    Lezen: Hebreeën 11:1-16.
    Zingen: De Tien geboden des Heeren:1,9.
    Namens de protestantse contact dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk. Van harte Gods zegen toegewenst.
    Ds. G. van Wijk, november 2017.

    Read more

  • De haven in zicht!

    “Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden;”
    2 Timotheüs 4: 7.

     

    Paulus heeft met het Evangelie al vele zeeën bevaren en is al heel wat havens binnen gezeild. Nu maakt hij zich gereed voor de laatste reis. Hij weet dat het niet lang meer zal duren of hij zal de hemelse haven binnenlopen. En hij wéét het niet alleen, hij zégt het ook!

    Maar voordat de trossen van zijn levensschip worden losgemaakt, gaat hij bij wijze van spreken nog eenmaal op de kade staan. En vanaf die plek kijkt hij nog eenmaal naar z’n levensschip om de balans op te maken. Hij weet dat hij niet meer vrij zal komen uit de gevangenis van Rome. Hij weet dat de marteldood hem wacht. Men is bezig om hem als een plengoffer te offeren. Een plengoffer is een offer van wijn dat werd uitgegoten voor de Heere bij brandoffers. Het uitgieten van wijn in combinatie met een offer is een beeld voor de marteldood.

    Maar hij weet nog meer! Ik heb de goede strijd gestreden en mijn (levens)loop tot een goed einde gebracht. Zijn leven ziet hij als een wedstrijd. Een hordeloop is niet overdreven. Hij heeft heel wat hindernissen genomen: vervolgingen, schipbreuk, honger, dorst, gevaar, etc. Maar door al die hindernissen is hij niet uitgevallen. Hij heeft hét geloof (niet zijn geloof!) behouden.

    Zo op het eerste gehoor klinkt dat, alsof Paulus het verlies van het geloof, als een reële mogelijkheid beschouwt. En al bestaat die mogelijkheid, toch bedoelt hij dat niet. Hij zegt eigenlijk, dat hij het geloof heeft bewaard. Hij heeft in geloof vastgehouden aan het Woord dat hem als een pand in handen was gegeven. En door de Geest wekte dat in zijn hart steeds vertrouwen dat het Woord waar is. En zo deed hij elke keer de ervaring op, dat hij werd vastgehouden door de kracht van de Geest en verder werd gedragen door het Woord.

    Want wie was Paulus in zichzelf? Wie zijn wij in onszelf? Krachtpatsers? Er hoeft maar iets te gebeuren, of… Maar de Heere heeft Paulus nooit laten wegzinken in wanhoop en zelfbeklag. In de moeilijkste omstandigheden ontving hij kracht, rust en vrede vanuit het Woord, zodat hij zelfs in de gevangenis Gods lof kon bezingen. En in dat Woord en in de God van het Woord had Paulus alle vertrouwen. Dat vertrouwen heeft de Heere niet beschaamd. Herkenbaar in eigen leven? Wie vaart op het kompas van het Woord, die komt Thuis.
    Paulus’ levensschip lag op de juiste koers. Het uwe ook? Nee? Haast u om uws levens wil. Ja? Godlof! Het is alleen om Jezus’ wil. Amen.

    Namens de protestantse contact dienst en de wijkkerkenraden van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
    ds. M. Maas, oktober 2017.

     

    Read more

  • Een persoonlijke benadering...

    “Zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten;
    Want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn Woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend.”
    Openbaring 3:8.

     

    Bij de voorbereiding op het Heilig Avondmaal hebben wij ons gebogen over één van de zeven brieven die de Heere Jezus heeft gezonden aan de gemeenten in Klein-Azië – het huidige Turkije. Het was de zevende brief, gericht aan de gemeente van Laodicéa. Dat was eigenlijk wel een aangrijpend woord. Want de gemeente van Laodicéa dacht in nauwe verbinding met de Heere Jezus te staan, maar de Heere Jezus moest zeggen: Ik sta buiten… Maar… gelukkig, Hij klopt. De Heere Jezus wil ons niet verlaten, maar Hij klopt nog op de deur van ons hart. Ook via deze wijkbrief. Hij wil dat u de deur van uw hart opendoet. Hij zegt:
    “Zie, Ik sta aan de deur
    En ik klop;
    Indien iemand Mijn stem zal horen
    En de deur opendoen,
    Ik zal tot hem inkomen,
    En Ik zal met hem avondmaal houden,
    En hij met Mij.” Openb.3:20.

    Maar, het is heel opvallend dat elk van deze zeven gemeenten door de Heere Jezus persoonlijk wordt aangesproken. Vandaar dat er ook zeven afzonderlijke brieven zijn. De Heere Jezus laat ons geen – om zo te zeggen – “standaardbrief” bezorgen. De brief is niet “automatisch opgemaakt, en daarom niet ondertekend”, zoals we dat wel eens onder een document van de overheid kunnen lezen. Neen. De Heere Jezus weet precies, wat elk mens afzonderlijk nodig heeft. Hoewel de Bijbel voor ieder mens geschreven is, jong en oud, geleerd of eenvoudig, wil de Heere het door de Heilige Geest persoonlijk bij ons “thuisbrengen”. Toepassen. Lees daarom biddend uw Bijbel. Vraag om de verlichting met Zijn Heilige Geest.

    De zesde brief, die de Heere Jezus schrijft, is gericht aan de gemeente van Philadelphia. De Heere Jezus zegt:
    “Ik weet uw werken;
    Zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven,
    En niemand kan die sluiten;
    Want gij hebt kleine kracht,
    En gij hebt Mijn Woord bewaard,
    En hebt Mijn Naam niet verloochend.”

    “Ik weet uw werken”: dat is hier vertroostend bedoeld. Soms kan dit woord ook bedreigend overkomen. Dat zien we bijvoorbeeld in Openbaring 3:1. Tot de gemeente van Sardis klinkt het dreigend:
    “Ik weet uw werken,
    dat gij de naam hebt dat gij leeft,
    en gij zijt dood.”
    Want de Heere Jezus weet immers alles van ons af! Vandaar dat wij wel mogen bidden met de dichter van Psalm 139: (14b berijmd.)
    “Beproef m' en zie of mijn gemoed
    iets kwaads iets onbehoorlijks voedt.”
    Hier echter in de brief gericht aan de gemeente van Philadelphia heeft dit woord iets vertroostends. Dat blijkt ook:
    “Gij hebt Mijn Woord bewaard,
    En hebt Mijn Naam niet verloochend.”
    Dat wordt blijkbaar door de Heere Jezus gezien! In onze tijd, is dat meer dan ooit nodig. Vertrouw op de Heere, zoals Hij tot ons komt vanuit Zijn onfeilbare Woord. En bid het: geef, Heere, dat ik Uw Naam niet verloochen.

    Over dat onfeilbare Woord mogen wij ons ook weer buigen op 20 september in de wijkzaal van de Pauluskerk. U bent er dan toch ook weer? Belijd het maar mee:
    “Mijn ziel bewaart Uw trouw getuigenis;
    Dat heb ik lief, ook doe ik Uw bevelen;
    Uw woord kan mij, ofschoon ik alles mis,
    Door zijnen smaak, én hart én zinnen strelen.”*

    Lezen: Openbaring 3:7-13.
    *Zingen: Psalm 119:84.


    Namens de Protestantse Contact Dienst
    en de wijkkerkenraden
    van de Augustijnenkerk en Pauluskerk,
    van harte Gods zegen toegewenst.
    Ds. G. van Wijk, september 2017.

     

    Read more

Inloggen

Registreren